
Regering rekent op olie om staatsschuld fors terug te dringen
| starnieuws | Door: Redactie
De regering verwacht dat de offshore olieproductie vanaf 2028 een ingrijpend effect zal hebben op de overheidsfinanciën. Volgens het aangepaste Staatsschuldenplan 2026 moet de staatsschuld daardoor binnen enkele jaren sterk afnemen. De schuldquote zou in 2029 kunnen dalen tot ongeveer 27 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
De verwachting is gebaseerd op het zogenoemde offshore-scenario, waarin wordt uitgegaan van de start van de olieproductie door TotalEnergies en APA Corporation en de daarmee samenhangende inkomsten voor de Staat. Volgens de projecties
Het Bureau voor de Staatsschuld heeft in het schuldenplan twee scenario's doorgerekend: één mét olieproductie en één zonder. In beide gevallen wordt uitgegaan van voortzetting van het huidige economische beleid, maar de uitkomsten verschillen aanzienlijk.
In het oliescenario daalt de schuldquote volgens de berekeningen van ruim 127 procent van het bbp eind 2025 naar ongeveer 27 procent in 2029. Zonder olie-inkomsten blijft de schuld weliswaar afnemen, maar aanzienlijk minder snel.
Ook de financieringsbehoefte van de overheid neemt volgens het plan af zodra de olieproductie op gang komt. De overheid verwacht daardoor minder afhankelijk te worden van nieuwe leningen en meer ruimte te krijgen om bestaande schulden versneld af te bouwen.
Volgens het Bureau voor de Staatsschuld blijven de vooruitzichten echter afhankelijk van een aantal onzekerheden. Zo spelen de ontwikkeling van de internationale olieprijs, de productiestart, de economische groei,
Ondanks de optimistische vooruitzichten benadrukt het Bureau dat een prudent begrotingsbeleid noodzakelijk blijft. Ook bij toekomstige olie-inkomsten zullen de overheidsuitgaven beheerst moeten blijven en moeten verdere hervormingen worden voortgezet om de schuld op een duurzaam niveau te houden.
De verwachting is gebaseerd op het zogenoemde offshore-scenario, waarin wordt uitgegaan van de start van de olieproductie door TotalEnergies en APA Corporation en de daarmee samenhangende inkomsten voor de Staat. Volgens de projecties
verbeteren hierdoor de begrotingspositie en de aflossingscapaciteit aanzienlijk.
Het Bureau voor de Staatsschuld heeft in het schuldenplan twee scenario's doorgerekend: één mét olieproductie en één zonder. In beide gevallen wordt uitgegaan van voortzetting van het huidige economische beleid, maar de uitkomsten verschillen aanzienlijk.
In het oliescenario daalt de schuldquote volgens de berekeningen van ruim 127 procent van het bbp eind 2025 naar ongeveer 27 procent in 2029. Zonder olie-inkomsten blijft de schuld weliswaar afnemen, maar aanzienlijk minder snel.
Ook de financieringsbehoefte van de overheid neemt volgens het plan af zodra de olieproductie op gang komt. De overheid verwacht daardoor minder afhankelijk te worden van nieuwe leningen en meer ruimte te krijgen om bestaande schulden versneld af te bouwen.
Volgens het Bureau voor de Staatsschuld blijven de vooruitzichten echter afhankelijk van een aantal onzekerheden. Zo spelen de ontwikkeling van de internationale olieprijs, de productiestart, de economische groei,
de wisselkoers en de rentestand een belangrijke rol. Eventuele vertragingen of tegenvallers kunnen de schuldontwikkeling beïnvloeden.
Ondanks de optimistische vooruitzichten benadrukt het Bureau dat een prudent begrotingsbeleid noodzakelijk blijft. Ook bij toekomstige olie-inkomsten zullen de overheidsuitgaven beheerst moeten blijven en moeten verdere hervormingen worden voortgezet om de schuld op een duurzaam niveau te houden.
| starnieuws | Door: Redactie




































