• maandag 13 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
De juridische paradox

De juridische paradox

| starnieuws | Door: Redactie

Koloniale verdragen versus de Grondwet – de strijd om Surinaamse soevereiniteit en inheemse rechten

De juridische en morele spanning in Suriname rondom de rechten van inheemse en tribale volken bereikt een kookpunt. In de kern draait dit conflict om een fundamentele botsing: de historische autonomie, vastgelegd in oude koloniale verdragen, tegenover de moderne staatssoevereiniteit. Terwijl de Surinaamse overheid zich beroept op de Grondwet om nationale controle uit te oefenen, worden de oorspronkelijke bewoners structureel buitenspel gezet.

Sinds de onafhankelijkheid op
25 november 1975 bevindt de Surinaamse staat zich in een spagaat: enerzijds claimt zij de volledige zeggenschap over het grondgebied, anderzijds schendt zij daarmee de eeuwenoude rechten van haar oorspronkelijke bewoners.

De juridische frictie wordt pijnlijk zichtbaar wanneer we artikel 41 van de Surinaamse Grondwet naast het internationaal erkende zelfbeschikkingsrecht leggen.

Artikel 41 bepaalt dat alle natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen eigendom zijn van de staat Suriname. De staat claimt hiermee het exclusieve recht om concessies uit te geven voor goudwinning, houtkap en andere vormen van exploitatie. Dit artikel negeert echter de eeuwenoude rechten van de inheemse en tribale gemeenschappen, wier leefgebieden direct worden aangetast.

Hun zelfbeschikkingsrecht, dat inhoudt dat zij de eigen autonomie over hun traditionele territoria behouden, wordt hiermee effectief buitenspel gezet door een postkoloniale centralisatie van de macht. De meest concrete uiting van deze schending is het stelselmatig negeren van het principe van Free, Prior and

Informed Consent (FPIC). Dit beginsel, vastgelegd in artikel 1, sub g, verplicht de staat en bedrijven om voorafgaand aan activiteiten in inheemse gebieden vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming te verkrijgen.


In de praktijk is FPIC in Suriname vaak een wassen neus. Grote economische belangen wegen zwaarder dan de stem van de gemeenschappen die het land al generaties lang beschermen. Dit gebrek aan werkelijke inspraak is nu ook verankerd in de huidige Milieuraamwet van Suriname. Hoewel deze wet bedoeld is om het milieu te beschermen, schiet de wetgeving tekort in het garanderen van formele bevoegdheden en effectieve inspraak voor de oorspronkelijke bewoners. In plaats van hen als gelijkwaardige partners en wettelijke beheerders van het bos te positioneren, degradeert de wet hen tot passieve toeschouwers in hun eigen leefomgeving.

Als Suriname zich werkelijk wil profileren als een democratische rechtsstaat en empathie wil tonen, kan het niet blijven steunen op een rechtsbestel
dat inheemse volken marginaliseert. De staat moet inzien dat ware soevereiniteit niet ten koste gaat van de oorspronkelijke bewoners, maar juist wordt versterkt door hun historische rechten en verdragen wettelijk te erkennen en te respecteren.

Het is tijd dat artikel 41 van de Grondwet en artikel 1, lid g, van de Milieuraamwet worden getoetst aan de realiteit van de menselijke waardigheid en internationale uitspraken, zoals de Saramaka-, Kaliña- en Lokono-vonnissen.

Pas dan kan er sprake zijn van echte Surinaamse eenheid!

Jurisprudentie
https://www.corteidh.or.cr/docs/casos/articulos/seriec_172_ing.pdf
https://gov.sr/wp-content/uploads/2022/05/officiele-vertaling-kal-lok-v…
https://www.un.org/development/desa/indigenouspeoples/wp-content/upload…
https://youtu.be/fRI7wPl2ZZg?is=L0h9gosPtYnCSfOZ

Romeo Jubitana
Mensenrechtenactivist, politiek analist

| starnieuws | Door: Redactie