
OGM zet klimaatmiljoenen in beweging: binnenland moet meeprofiteren van bosbehoud
| waterkant | Door: Redactie
De Surinaamse regering heeft een nieuwe stap gezet in de jacht op internationale klimaatfinanciering, met het binnenland nadrukkelijk in beeld. Tijdens een tweedaagse Gran Krutu in Paramaribo bracht het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) traditionele leiders van Inheemse en Tribale Volkeren bijeen om te spreken over de verdeling van toekomstige klimaatmiddelen, de bescherming van rechten en de rol van gemeenschappen bij bosbehoud.
De inzet is duidelijk: Suriname wil geld uit internationale klimaatsystemen binnenhalen, maar die middelen moeten volgens de regering op een eerlijke en inclusieve manier terechtkomen bij de mensen die al generaties lang in en met het bos
De bijeenkomst van 13 en 14 april vormde de officiële aftrap van een breder consultatietraject rond het REDD+-voorstel van Suriname. Dat mechanisme is gericht op het belonen van landen die hun bossen behouden, uitstoot beperken en duurzame ontwikkeling stimuleren. Juist daarom werd in Paramaribo niet alleen gesproken over beleid, maar ook over de vraag wie uiteindelijk voordeel zal hebben van die financiering en onder welke voorwaarden dat moet gebeuren.
Aan tafel zaten granmans, kapiteins en andere traditionele gezagsdragers van Inheemse en Tribale Volkeren en plantagegemeenschappen. Ook de overheid schoof op hoog niveau aan. Behalve OGM-minister Patrick Brunings waren vicepresident Gregory Rusland
De kern van de boodschap vanuit de regering was dat klimaatfinanciering niet mag eindigen in mooie woorden of beleidsstukken. Volgens vicepresident Rusland gaat het om erkenning van de rol die gemeenschappen in het binnenland al lange tijd vervullen als beschermers van het bos. Minister Brunings legde de nadruk op de overgang van beleidsdoelen naar tastbare resultaten en stelde dat Inheemse en Tribale Volkeren vanaf het begin betrokken moeten zijn. Minister Huur sloot daarbij aan door te benadrukken dat duurzame ontwikkeling niet los kan worden gezien van de mensen die in die leefgebieden wonen en daarvan afhankelijk zijn.
Tijdens de sessies kwamen gevoelige en fundamentele onderwerpen op tafel. Er werd gesproken over een eerlijke verdeling van de opbrengsten uit klimaatfinanciering, over het recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde instemming en over economische kansen zoals agroforestry, ecotoerisme en visserij. Tegelijkertijd werden ook hardnekkige problemen benoemd, waaronder landrechten, vervuiling en het gebrek aan basisvoorzieningen. Daarmee kreeg de bijeenkomst niet alleen een financieel, maar ook een sociaal en politiek karakter.
Opvallend is dat het ministerie het proces breder wil trekken dan alleen het traditionele leiderschap. Ook vrouwen en jongeren moeten volgens OGM een stem krijgen in het verdere traject. De aanwezige gezagsdragers maakten echter duidelijk dat zij de besproken informatie eerst willen terugbrengen naar hun achterban, voordat definitieve standpunten worden bepaald. Dat betekent dat de consultatie nog niet is afgerond, maar juist een nieuwe fase ingaat.
Uit de Gran Krutu zijn inmiddels concrete vervolgstappen voortgekomen. Zo komt er een schriftelijk rapport met de belangrijkste bevindingen en afspraken, zal terugkoppeling plaatsvinden via traditionele structuren en volgen verdere consultaties op nationaal en districtsniveau. Tegelijk wordt gewerkt aan een concreet financieringsvoorstel voor het Groene Klimaatfonds, dat uiteindelijk de deur moet openen naar de eerste middelen.
Die financiële horizon lijkt volgens minister Brunings opvallend dichtbij. Hij gaf aan dat de eerste gelden mogelijk al binnen vier maanden beschikbaar kunnen komen, en misschien zelfs eerder. Dat vooruitzicht maakt het traject extra belangrijk, omdat de middelen bedoeld zijn voor investeringen in gemeenschapsontwikkeling, sociale projecten en milieubescherming. De klimaatfinanciering maakt bovendien deel uit van een breder pakket aan internationale mechanismen, waaronder ook carbon credits.
Met meer dan 90 procent bosbedekking en een lage ontbossingsgraad ziet de regering Suriname als een land met een uitzonderlijk sterke uitgangspositie op de internationale klimaatmarkt. Precies daarin schuilt volgens het ministerie de kans: het behoud van het regenwoud moet niet alleen internationaal worden gewaardeerd, maar ook lokaal voelbare voordelen opleveren. Het consultatieproces wordt daarom voortgezet, met als inzet dat de opbrengsten van klimaatfinanciering uiteindelijk zichtbaar worden voor alle Surinamers, en in het bijzonder voor de gemeenschappen in het binnenland.
| waterkant | Door: Redactie




































