
Staat betaalt al ruim SRD 918.000 aan dwangsommen in zaak Baitali
| starnieuws | Door: Redactie
Minister Stephen Tsang van OWRO De Staat Suriname heeft inmiddels SRD 918.450 aan verbeurde dwangsommen betaald in het geschil met aannemingsbedrijf Baitali N.V. over de aanbesteding van de rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat en de Slangenhoutstraat. Dat blijkt uit een vrijdag uitgegeven verklaring van het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO), waarin het ministerie zijn visie geeft op de inmiddels langdurige juridische strijd rond het project.
Volgens OWRO draait de kwestie om een door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB)
Baitali stelde zich op het standpunt dat haar inschrijving ten onrechte ongeldig was verklaard en dat de beoordelingscriteria niet op een transparante en objectieve wijze waren toegepast. Het bedrijf diende daarop bezwaren in bij de Project Implementation Unit (PIU) van het ministerie van Openbare Werken en later ook bij de IDB.
Toen volgens Baitali geen afdoende reactie volgde, stapte het bedrijf naar de rechter. In het daaropvolgende kort geding stelde de kantonrechter het bedrijf grotendeels in het gelijk. De rechter oordeelde dat Baitali ten onrechte buiten de gunningsprocedure was gehouden.
Het vonnis bepaalde dat de gunning aan Kuldipsingh moest worden ingetrokken,
Hoewel de Staat aanvankelijk hoger beroep instelde tegen het vonnis, werd dat later op verzoek van de minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening ingetrokken. Daardoor kreeg de uitspraak definitieve rechtskracht.
De zaak kreeg echter een extra dimensie doordat de IDB liet weten dat volgens haar eigen beoordeling de aanbestedingsregels correct waren toegepast en dat er geen aanwijzingen waren gevonden voor corruptie of onregelmatigheden. De bank gaf tegelijkertijd aan het uiteindelijke besluit van de Surinaamse autoriteiten te zullen respecteren, maar waarschuwde ook voor mogelijke gevolgen voor de financiering van het project.
Volgens OWRO is inmiddels SRD 918.450 aan dwangsommen betaald wegens het uitblijven van uitvoering van het vonnis. Daarmee lijkt de druk op de overheid verder toe te
Baitali heeft in januari van dit jaar opnieuw de gang naar de rechter gemaakt. Het bedrijf stelt dat de Staat nog steeds geen uitvoering heeft gegeven aan het vonnis en heeft daarom gevraagd de dwangsom te verhogen naar SRD 1 miljoen per dag. Die zaak is nog in behandeling bij de kantonrechter.
Het geschil plaatst de regering in een lastige positie. Enerzijds ligt er een onherroepelijk rechterlijk vonnis dat moet worden uitgevoerd. Anderzijds heeft de internationale financier, de IDB, zich achter de oorspronkelijke aanbestedingsprocedure geschaard en gewaarschuwd voor mogelijke gevolgen voor de financiering van het project. Hoe de regering deze tegenstrijdige belangen uiteindelijk met elkaar zal verenigen, zal waarschijnlijk mede afhangen van de uitkomst van de lopende rechtszaak.
Volgens OWRO draait de kwestie om een door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB)
gefinancierd infrastructureel project waarvoor in december 2024 vijf bedrijven een inschrijving indienden. Baitali kwam daarbij met een aanbieding van ongeveer US$ 19,3 miljoen als laagste uit de bus. Het project werd uiteindelijk in maart 2025 echter gegund aan Kuldipsingh Infra N.V. voor ongeveer US$ 22,7 miljoen.
Baitali stelde zich op het standpunt dat haar inschrijving ten onrechte ongeldig was verklaard en dat de beoordelingscriteria niet op een transparante en objectieve wijze waren toegepast. Het bedrijf diende daarop bezwaren in bij de Project Implementation Unit (PIU) van het ministerie van Openbare Werken en later ook bij de IDB.
Toen volgens Baitali geen afdoende reactie volgde, stapte het bedrijf naar de rechter. In het daaropvolgende kort geding stelde de kantonrechter het bedrijf grotendeels in het gelijk. De rechter oordeelde dat Baitali ten onrechte buiten de gunningsprocedure was gehouden.
Het vonnis bepaalde dat de gunning aan Kuldipsingh moest worden ingetrokken,
dat de aanbestedingsprocedure opnieuw moest worden uitgevoerd en dat Baitali opnieuw als geldige inschrijver in de beoordeling moest worden meegenomen. Daarnaast werd de uitvoering van het project voorlopig stopgezet.
Hoewel de Staat aanvankelijk hoger beroep instelde tegen het vonnis, werd dat later op verzoek van de minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening ingetrokken. Daardoor kreeg de uitspraak definitieve rechtskracht.
De zaak kreeg echter een extra dimensie doordat de IDB liet weten dat volgens haar eigen beoordeling de aanbestedingsregels correct waren toegepast en dat er geen aanwijzingen waren gevonden voor corruptie of onregelmatigheden. De bank gaf tegelijkertijd aan het uiteindelijke besluit van de Surinaamse autoriteiten te zullen respecteren, maar waarschuwde ook voor mogelijke gevolgen voor de financiering van het project.
Volgens OWRO is inmiddels SRD 918.450 aan dwangsommen betaald wegens het uitblijven van uitvoering van het vonnis. Daarmee lijkt de druk op de overheid verder toe te
nemen om een definitieve oplossing te vinden voor het dossier.
Baitali heeft in januari van dit jaar opnieuw de gang naar de rechter gemaakt. Het bedrijf stelt dat de Staat nog steeds geen uitvoering heeft gegeven aan het vonnis en heeft daarom gevraagd de dwangsom te verhogen naar SRD 1 miljoen per dag. Die zaak is nog in behandeling bij de kantonrechter.
Het geschil plaatst de regering in een lastige positie. Enerzijds ligt er een onherroepelijk rechterlijk vonnis dat moet worden uitgevoerd. Anderzijds heeft de internationale financier, de IDB, zich achter de oorspronkelijke aanbestedingsprocedure geschaard en gewaarschuwd voor mogelijke gevolgen voor de financiering van het project. Hoe de regering deze tegenstrijdige belangen uiteindelijk met elkaar zal verenigen, zal waarschijnlijk mede afhangen van de uitkomst van de lopende rechtszaak.
| starnieuws | Door: Redactie




































