
KLM betwist wettelijke basis concessieverhoging op luchthaven
| starnieuws | Door: Redactie
Achter het conflict tussen KLM en GOw2 over de levering van vliegtuigbrandstof schuilt een principiële juridische vraag: was de verdubbeling van de concessievergoeding op de Johan Adolf Pengel International Airport wel rechtsgeldig?
Hoewel kantonrechter Suzanne Chu GOw2 heeft opgedragen de brandstofleveringen aan KLM voorlopig te hervatten, blijft de rechtmatigheid van de verhoging van de concessievergoeding onderwerp van geschil. De rechter heeft zich daar in het kort geding niet over uitgesproken en laat die beoordeling over aan een arbitrageprocedure die partijen op grond van hun overeenkomst moeten volgen.
KLM voert aan dat de concessietarieven in de afgelopen jaren zijn verhoogd zonder dat daarvoor goedkeuring is verleend door het bevoegd gezag, de minister van Transport, Communicatie en Toerisme. Volgens de luchtvaartmaatschappij is evenmin duidelijk vastgesteld wanneer de verhogingen rechtsgeldig van kracht zijn geworden.
De luchtvaartmaatschappij stelt dat zij al sinds 2019 vragen heeft gesteld over de grondslag van de verhogingen. Begin dit jaar besloot KLM daarom het verhoogde deel van de concessievergoeding niet langer te betalen, terwijl de brandstofleveringen zelf wel werden voldaan.
Uit het vonnis blijkt dat de verhoging van de concessievergoeding afkomstig is van Airport Management Ltd. (AML), de beheerder van de Johan Adolf Pengel International Airport. GOw2 trad daarbij op als inningspartij en droeg de geïnde bedragen af aan AML.
Volgens AML was de verhoging noodzakelijk vanwege stijgende operationele kosten, investeringen in luchthaveninfrastructuur, onderhoudswerkzaamheden en toekomstige rehabilitatieprojecten op de luchthaven. De vraag of deze argumenten voldoende juridische basis vormen voor de verhoging, zal echter pas in een verdere procedure worden beoordeeld.
De kantonrechter beperkte zich in het kort geding tot de vraag of de brandstofleveringen moesten worden hervat. Daarbij werd geoordeeld dat de continuïteit van de vliegverbinding tussen Amsterdam en Paramaribo zwaarder woog dan het onmiddellijke betalingsgeschil. GOw2 moet daarom de leveringen hervatten, terwijl KLM voorlopig de bestaande concessievergoeding van USD 0,30 per gallon blijft betalen totdat in arbitrage een definitieve beslissing wordt genomen.
KLM werd in de procedure bijgestaan door advocaat Aashna Kanhai. GOw2 werd vertegenwoordigd door advocaat Gaetano Best.
Naast de arbitrageprocedure wordt verwacht dat ook een bodemprocedure zal volgen waarin de juridische grondslag van de concessieverhoging verder aan de orde kan komen.
Hoewel kantonrechter Suzanne Chu GOw2 heeft opgedragen de brandstofleveringen aan KLM voorlopig te hervatten, blijft de rechtmatigheid van de verhoging van de concessievergoeding onderwerp van geschil. De rechter heeft zich daar in het kort geding niet over uitgesproken en laat die beoordeling over aan een arbitrageprocedure die partijen op grond van hun overeenkomst moeten volgen.
KLM voert aan dat de concessietarieven in de afgelopen jaren zijn verhoogd zonder dat daarvoor goedkeuring is verleend door het bevoegd gezag, de minister van Transport, Communicatie en Toerisme. Volgens de luchtvaartmaatschappij is evenmin duidelijk vastgesteld wanneer de verhogingen rechtsgeldig van kracht zijn geworden.
De luchtvaartmaatschappij stelt dat zij al sinds 2019 vragen heeft gesteld over de grondslag van de verhogingen. Begin dit jaar besloot KLM daarom het verhoogde deel van de concessievergoeding niet langer te betalen, terwijl de brandstofleveringen zelf wel werden voldaan.
Uit het vonnis blijkt dat de verhoging van de concessievergoeding afkomstig is van Airport Management Ltd. (AML), de beheerder van de Johan Adolf Pengel International Airport. GOw2 trad daarbij op als inningspartij en droeg de geïnde bedragen af aan AML.
Volgens AML was de verhoging noodzakelijk vanwege stijgende operationele kosten, investeringen in luchthaveninfrastructuur, onderhoudswerkzaamheden en toekomstige rehabilitatieprojecten op de luchthaven. De vraag of deze argumenten voldoende juridische basis vormen voor de verhoging, zal echter pas in een verdere procedure worden beoordeeld.
De kantonrechter beperkte zich in het kort geding tot de vraag of de brandstofleveringen moesten worden hervat. Daarbij werd geoordeeld dat de continuïteit van de vliegverbinding tussen Amsterdam en Paramaribo zwaarder woog dan het onmiddellijke betalingsgeschil. GOw2 moet daarom de leveringen hervatten, terwijl KLM voorlopig de bestaande concessievergoeding van USD 0,30 per gallon blijft betalen totdat in arbitrage een definitieve beslissing wordt genomen.
KLM werd in de procedure bijgestaan door advocaat Aashna Kanhai. GOw2 werd vertegenwoordigd door advocaat Gaetano Best.
Naast de arbitrageprocedure wordt verwacht dat ook een bodemprocedure zal volgen waarin de juridische grondslag van de concessieverhoging verder aan de orde kan komen.
| starnieuws | Door: Redactie




































