
Hof wijst alle zeven bezwaren Jap-A-Joe af en bevestigt overdracht TAS
| starnieuws | Door: Redactie
De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarop Wendy Jap-A-Joe zich beroept, kan haar wettelijke benoemingstermijn als directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) niet verlengen. Het Hof van Justitie heeft vastgesteld dat haar directeurschap op 19 oktober 2026 is geëindigd en dat de Raad van Commissarissen (RvC) vanaf 20 oktober bevoegd is het bestuur waar te nemen. Bovendien blijkt niet dat de arbeidsovereenkomst volgens de wettelijk voorgeschreven procedure tot stand is gekomen. Het Hof heeft vrijdag alle zeven grieven van Jap-A-Joe verworpen en het
Het Hof stelt vast dat artikel 2 lid 2 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen bepaalt dat de directeur van TAS voor vijf jaar wordt benoemd. Die wettelijke termijn is ook uitdrukkelijk opgenomen in de benoemingsresolutie van Jap-A-Joe van 1 september 2021. Haar benoeming ging in op 20 oktober 2021 en eindigde op 19 oktober 2026.
Jap-A-Joe voerde aan dat zij ondanks het verstrijken van deze termijn directeur kon blijven op grond van een arbeidsovereenkomst die op 1 november 2021 met de toenmalige president-commissaris, Harish Monorath, was gesloten. Volgens het Hof is dat standpunt niet aannemelijk. De arbeidsovereenkomst kan niet worden gebruikt om bevoegdheden als directeur te blijven uitoefenen nadat de wettelijke benoemingstermijn is verstreken. Het Hof wijst erop dat de wet juist een voorziening heeft getroffen om een bestuursvacuüm te voorkomen.
Daarom was ook geen afzonderlijke ontslagresolutie nodig. Het Hof overweegt
Ministeriële goedkeuring ontbreekt
Het Hof gaat uitgebreid in op de arbeidsovereenkomst die Jap-A-Joe met de toenmalige president-commissaris van TAS sloot. Artikel 4 lid 4 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen schrijft voor dat de arbeidsvoorwaarden van de directeur door de minister worden vastgesteld, nadat de RvC is gehoord en goedkeuring van de Raad van Ministers is verkregen.
Uit het dossier blijkt volgens het Hof vooralsnog niet dat voorafgaande goedkeuring van de Raad van Ministers is verleend of dat de minister de toenmalige president-commissaris heeft gemachtigd om de overeenkomst namens TAS te ondertekenen. Het Hof verwijst daarbij naar een eerdere benoeming van Jap-A-Joe tot onderdirecteur in 2016. In die procedure waren de minister, de Raad van Ministers en de RvC wel betrokken. Daarmee maakt het Hof duidelijk welke
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst van 1 november 2021 voorlopig buiten werking gesteld totdat in een bodemprocedure over de nietigheid ervan is beslist. Het Hof acht die beslissing niet onbegrijpelijk, omdat niet aannemelijk is geworden dat de overeenkomst met inachtneming van de wettelijke voorschriften tot stand is gekomen.
Geen terugkeer als onderdirecteur
Ook het argument van Jap-A-Joe dat zij na afloop van haar directeurschap zou kunnen terugvallen op haar eerdere functie van onderdirecteur, is verworpen. Het Hof stelt vast dat Jap-A-Joe vóór haar benoeming tot directeur onderdirecteur was. Door in 2021 de functie van directeur te aanvaarden, heeft zij volgens het Hof stilzwijgend ingestemd met de beëindiging van haar eerdere functie.
Het Hof overweegt dat beide functies niet tegelijkertijd door dezelfde persoon kunnen worden bekleed. Een afzonderlijk besluit om haar benoeming als onderdirecteur te beëindigen, was daarom niet nodig.
RvC mocht overdracht voorbereiden
Jap-A-Joe had ook bezwaar gemaakt tegen de brief van de RvC van 16 oktober, waarin haar werd opgedragen op 19 oktober haar werkzaamheden over te dragen. Volgens haar waren al maatregelen tegen haar genomen voordat haar benoemingstermijn was verstreken. Het Hof heeft ook dit bezwaar afgewezen. Bij het beëindigen van een bestuurlijke functie moet volgens het Hof tijdig een ordelijke overdracht plaatsvinden, zodat de organisatie ongehinderd kan blijven functioneren.
De brief van de RvC was daarom niet onredelijk of onbehoorlijk. Het Hof stelt bovendien vast dat TAS vanaf 20 oktober geen directeur meer had. Daarmee was sprake van ontstentenis van de directeur, waardoor de RvC op grond van artikel 4 lid 2 van de wet bevoegd werd het bestuur waar te nemen.
Belang van TAS weegt zwaarder
Een ander belangrijk onderdeel van het vonnis betreft de afweging tussen de belangen van Jap-A-Joe en
Het Hof acht het niet gerechtvaardigd dat een voormalige bestuurder weigert haar werkzaamheden over te dragen nadat haar bestuursbevoegdheid is geëindigd. Een dergelijke weigering kan de bedrijfsvoering en continuïteit van TAS in gevaar brengen. Daarmee bevestigt het Hof ook de voorzieningen die de kantonrechter had getroffen.
Jap-A-Joe mag geen handelingen meer namens TAS verrichten en mag het TAS-gebouw niet betreden. Aan deze verboden zijn dwangsommen verbonden. Ook moet zij de bedrijfseigendommen, dossiers, financiële en digitale informatie, voertuigen, sleutels en overige in het vonnis genoemde zaken overdragen. TAS mag zo nodig de hulp van de sterke arm inroepen.
SRD 18.000
Het Hof heeft Jap-A-Joe in beide hogerberoepszaken veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Voor de zaak tegen de Staat en de RvC-leden is SRD 9.000 vastgesteld. Voor de zaak tegen TAS moet zij eveneens SRD 9.000 betalen. De totale proceskostenveroordeling in hoger beroep bedraagt daarmee SRD 18.000.
Het vonnis is gewezen door een kamer van het Hof van Justitie onder voorzitterschap van Sieglien Wijnhard, met Jenne Jensen en Alida Johanns als leden.
Advocaat Gerold Sewcharan, die TAS vertegenwoordigt, verklaarde na de uitspraak dat het Hof alle grieven van Jap-A-Joe diepgaand heeft behandeld. Volgens hem kan het vonnis van de kantonrechter nu volledig worden uitgevoerd.
Ook persrechter Ingrid Lachitjaran bevestigde dat het Hof alle aangevoerde bezwaren heeft verworpen. Met deze uitspraak blijft het kortgedingvonnis volledig in stand. Het Hof heeft bovendien de wettelijke grenzen van de directeursbenoeming en de bevoegdheden van de RvC nader gemotiveerd. De
| starnieuws | Door: Redactie


































