
Dezelfde woorden van Nurmohamed, maar in een ander jasje: hypocrisie rond vuilophaal valt moeilijk te negeren
| | Door: Redactie
In de Surinaamse politiek blijkt opnieuw hoe flexibel principes ineens kunnen worden zodra de machtsverhoudingen verschuiven. Wat enkele jaren geleden nog fel werd afgewezen, keert nu doodleuk terug als zogenaamd noodzakelijk beleid. Het voorstel om burgers te laten betalen voor vuilophaal is daarvan een pijnlijk duidelijk voorbeeld.
Toen voormalig minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed, opperde om huishoudens financieel te laten bijdragen aan de vuilophaaldienst, was de verontwaardiging groot. Vanuit politieke hoek, in de samenleving en in het publieke debat werd het idee neergesabeld. Burgers zouden niet mogen opdraaien voor een taak die jarenlang als een
Nu komt huidig minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening, Stephen Tsang, met een voorstel dat inhoudelijk nauwelijks verschilt. Ook hij wil dat burgers gaan meebetalen aan de vuilophaal, mogelijk zelfs via de elektriciteitsrekening. Daarbij wordt gedacht aan een staffelsysteem waarbij huishoudens met een hoger stroomverbruik ook meer betalen.
Plotseling klinkt uit dezelfde politieke kringen een heel andere toon. Wat eerder nog werd afgebrand, wordt nu verpakt als “realistisch”, “duurzaam” en “onvermijdelijk”. Daarmee wordt vooral blootgelegd hoe selectief en opportunistisch
Tsang beroept zich op de oplopende kosten voor vuilophaal, die volgens hem in de honderden miljoenen SRD lopen en voor de overheid niet langer volledig op te brengen zijn. Dat mag zo zijn, maar die financiële realiteit maakt de politieke draai niet minder opvallend. Integendeel: het onderstreept juist hoe goedkoop de eerdere verontwaardiging eigenlijk was.
De pijnlijke conclusie is dat het in de Surinaamse politiek vaak niet draait om de inhoud van een voorstel, maar om de afzender. Ideeën worden niet consequent beoordeeld op merites, maar op basis van wie ze lanceert en in welke politieke windrichting men op dat moment wil meebewegen.
Zo blijft de indruk hangen dat het bestuur steeds vaker op een toneelstuk lijkt: eerst principieel protesteren, daarna exact hetzelfde beleid invoeren, maar dan onder een andere naam en vanuit een andere stoel. Voor burgers is dat niet alleen verwarrend, maar ook een teken van een gebrek aan politieke eerlijkheid en bestuurlijke consistentie.
| | Door: Redactie




































