
BINI plaatst kanttekeningen bij opzet Nationaal Ontwikkelingsplatform
| starnieuws | Door: Redactie
Het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI) heeft kritiek op de huidige opzet van het Nationaal Ontwikkelingsplatform, dat van president Jennifer Simons de opdracht heeft gekregen een ontwikkelingsplan voor Suriname tot 2050 op te stellen. Volgens BINI schiet de samenstelling van het platform tekort en zijn aanvullende waarborgen nodig om te komen tot een breed gedragen en inclusief ontwikkelingsplan.
BINI noemt de ontwikkeling van een langetermijnvisie voor Suriname van groot belang, zeker met het oog op de verwachte inkomsten uit
Volgens BINI bestaat het platform momenteel vooral uit vertegenwoordigers van de overheid, het bedrijfsleven en economische deskundigen. Daardoor dreigt het ontwikkelingsproces volgens de organisatie te veel vanuit een politiek-economische invalshoek te worden benaderd, terwijl maatschappelijke organisaties, burgers en inheemse en tribale gemeenschappen pas in een later stadium worden betrokken.
De organisatie stelt dat een duurzame ontwikkeling niet kan worden opgebouwd vanuit een model waarin mensenrechten pas achteraf een plaats krijgen. Volgens BINI moeten juist mensenrechten en goed bestuur het uitgangspunt vormen voor het ontwikkelingsplan.
Vier aanbevelingen
BINI doet vier aanbevelingen om het proces te versterken.
1. De organisatie pleit allereerst voor een onafhankelijke beoordeling van het uiteindelijke ontwikkelingsplan door externe deskundigen op het gebied van mensenrechten, duurzaamheid en gender. De resultaten daarvan zouden openbaar
2. BINI vraagt om een openbaar en bindend participatieprotocol, waarin vooraf wordt vastgelegd hoe burgers, maatschappelijke organisaties en gemeenschappen worden betrokken bij de totstandkoming van het plan. Daarbij moet volgens de organisatie ook het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) voor inheemse en tribale gemeenschappen worden gewaarborgd.
3. Verder vindt BINI dat het ontwikkelingsplan expliciet moet worden gebaseerd op de internationale mensenrechtenverdragen die Suriname heeft geratificeerd. Volgens de organisatie moet daarbij niet alleen economische groei centraal staan, maar ook onderwerpen als onderwijs, gezondheidszorg, milieubescherming en de rechten van kwetsbare groepen.
4. Tot slot noemt BINI de termijn van één jaar voor het opstellen van het ontwikkelingsplan te kort. Volgens de organisatie bestaat het risico dat de consultaties zich daardoor vooral beperken tot de kuststrook en dat een brede participatie van de samenleving onvoldoende tot stand komt.
Documenten: Tekortkomingen_van_het_Nationaal_Ontwikkelingsplatform.pdf
BINI noemt de ontwikkeling van een langetermijnvisie voor Suriname van groot belang, zeker met het oog op de verwachte inkomsten uit
de olie- en gassector. Volgens de organisatie moeten mensenrechten, participatie en goed bestuur vanaf het begin de basis vormen van het proces.
Volgens BINI bestaat het platform momenteel vooral uit vertegenwoordigers van de overheid, het bedrijfsleven en economische deskundigen. Daardoor dreigt het ontwikkelingsproces volgens de organisatie te veel vanuit een politiek-economische invalshoek te worden benaderd, terwijl maatschappelijke organisaties, burgers en inheemse en tribale gemeenschappen pas in een later stadium worden betrokken.
De organisatie stelt dat een duurzame ontwikkeling niet kan worden opgebouwd vanuit een model waarin mensenrechten pas achteraf een plaats krijgen. Volgens BINI moeten juist mensenrechten en goed bestuur het uitgangspunt vormen voor het ontwikkelingsplan.
Vier aanbevelingen
BINI doet vier aanbevelingen om het proces te versterken.
1. De organisatie pleit allereerst voor een onafhankelijke beoordeling van het uiteindelijke ontwikkelingsplan door externe deskundigen op het gebied van mensenrechten, duurzaamheid en gender. De resultaten daarvan zouden openbaar
moeten worden gemaakt.
2. BINI vraagt om een openbaar en bindend participatieprotocol, waarin vooraf wordt vastgelegd hoe burgers, maatschappelijke organisaties en gemeenschappen worden betrokken bij de totstandkoming van het plan. Daarbij moet volgens de organisatie ook het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) voor inheemse en tribale gemeenschappen worden gewaarborgd.
3. Verder vindt BINI dat het ontwikkelingsplan expliciet moet worden gebaseerd op de internationale mensenrechtenverdragen die Suriname heeft geratificeerd. Volgens de organisatie moet daarbij niet alleen economische groei centraal staan, maar ook onderwerpen als onderwijs, gezondheidszorg, milieubescherming en de rechten van kwetsbare groepen.
4. Tot slot noemt BINI de termijn van één jaar voor het opstellen van het ontwikkelingsplan te kort. Volgens de organisatie bestaat het risico dat de consultaties zich daardoor vooral beperken tot de kuststrook en dat een brede participatie van de samenleving onvoldoende tot stand komt.
BINI benadrukt dat de organisatie
geen zitting ambieert in het Nationaal Ontwikkelingsplatform. Volgens haar past een onafhankelijke controlerende en adviserende rol beter bij haar werkzaamheden. De organisatie wijst daarbij op haar eerdere beleidsmonitoringsrapporten, analyses van verkiezingsprogramma's, schaduwrapportages aan VN-verdragsorganen en bijdragen aan wetgeving.
U kunt het gehele bericht hier downloaden.
Documenten: Tekortkomingen_van_het_Nationaal_Ontwikkelingsplatform.pdf
| starnieuws | Door: Redactie




































