
Wie staatsrecht personaliseert, ondermijnt het zelf (OPINIE)
| surinamevandaag | Door: Redactie
(Door: K. Ramdhan) – De kritiek op Mellisa Santokhi-Seenacherry omdat zij president Simons niet expliciet bij naam heeft bedankt tijdens de staatsuitvaart van haar echtgenoot, is niet alleen misplaatst — zij getuigt van een fundamenteel misverstand over hoe een democratische rechtsstaat functioneert.
Een staatsbegrafenis is geen persoonlijke gunst van een president. Zij vloeit voort uit het geldende staatsprotocol (2018) en daarmee uit het legaliteitsbeginsel: overheidsoptreden moet gebaseerd zijn op vastgestelde normen, niet op individuele voorkeuren. Zodra aan de criteria is voldaan, treedt het protocol in werking. De president handelt dan als constitutioneel orgaan, niet als privépersoon.
De redenering van critici berust op een ondeugdelijke premisse: dat de president een persoonlijke geste zou hebben verricht die persoonlijke dank vereist. Maar de uitvoering van een staatsrechtelijke verplichting is per definitie geen persoonlijke weldaad. Zonder die premisse vervalt de conclusie dat het uitblijven van naamvermelding het gezag zou ondermijnen.
Sterker nog: het omgekeerde is waar. Wie constitutioneel handelen presenteert als persoonlijke verdienste, personaliseert staatsmacht. Dat ondergraaft juist het beginsel van institutionele neutraliteit. In
Bij staatsbegrafenissen danken nabestaanden doorgaans ‘de staat’, ‘de regering’ of ‘allen die hebben bijgedragen’. Het expliciet noemen van het zittende staatshoofd is geen diplomatieke of protocollaire vereiste. Het afdwingen daarvan reduceert staatsrecht tot symbolische hofetiquette.
Daarnaast geldt een elementair vrijheidsbeginsel: niemand is gehouden tot een specifieke formulering van dankbaarheid. Vrijheid van meningsuiting omvat ook de vrijheid om bepaalde uitingen niet te doen. Een rouwmoment is geen politiek examen.
Gezag berust op wet, grondslag en institutionele continuïteit — niet op persoonlijke verering. Mellisa Santokhi-Seenacherry heeft haar dank uitgesproken aan allen die hebben bijgedragen aan de uitvaart. Dat is staatsrechtelijk correct, protocollair volledig en democratisch zuiver. Trouwens, geen regel verbiedt haar om ‘bijzondere’ gasten met wie wijlen Chan Santokhi een hechte band had bij naam te noemen.
Wie daarin een ondermijning ziet, verwart ambt met persoon — en miskent precies het beginsel dat hij zegt te verdedigen.
K. (Chinta) Ramdhan
| surinamevandaag | Door: Redactie































