• woensdag 07 January 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Vonnis leidend in zaak Nassylaan 43; partijen trekken verschillende conclusies

Vonnis leidend in zaak Nassylaan 43; partijen trekken verschillende conclusies

| starnieuws | Door: Redactie

De kantonrechter heeft in kort geding de vorderingen van Karin Refos en haar bedrijf Stas International afgewezen in de zaak tegen de Staat Suriname en de functionarissen Imro Smith en Philip Dikland
van de Commissie Monumentenzorg (CMZ) in privé. De uitspraak vormt het juridische uitgangspunt in een zaak die in de publieke discussie sterk uiteenlopende interpretaties oproept.
Wat zegt het vonnisUit het vonnis blijkt dat de rechter zich heeft uitgesproken over de ontvankelijkheid en rechtmatigheid van de ingestelde vorderingen, en niet over de persoonlijke reputatie van Refos.De kernpunten uit het vonnis zijn:- de vorderingen tegen Smith en Dikland in privé zijn afgewezen omdat zij volgens de rechter handelden namens de CMZ;- de rechter heeft geoordeeld dat de uitlatingen waarover werd geklaagd niet aan Smith en Dikland persoonlijk kunnen worden toegerekend;- de rechter heeft
zich niet inhoudelijk uitgesproken over de vraag of de uitlatingen beledigend of reputatieschadelijk zijn;Refos is om die reden niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen op dit punt. Het kort geding strandde daarmee op procesrechtelijke gronden.Standpunt Smith en DiklandSmith en Dikland stellen dat het vonnis bevestigt dat zij en de CMZ binnen hun wettelijke taak hebben gehandeld. Zij leiden uit de uitspraak af dat:- de communicatie van de CMZ richting media rechtmatig was;- het pand aan de Dr. J.F. Nassylaan 43 formeel als beschermd monument was aangewezen;- hun uitlatingen feitelijk en gerechtvaardigd waren.Volgens Smith en Dikland heeft de rechter daarmee hun handelwijze onderschreven.Reactie Karin RefosRefos bestrijdt de lezing van Smith en Dikland en benadrukt dat het vonnis geen inhoudelijk oordeel bevat over de juistheid of rechtmatigheid van de uitlatingen. Volgens Refos ging de rechtszaak uitsluitend over reputatieschade door publieke uitlatingen. De rechter heeft niet geoordeeld dat de uitlatingen rechtmatig of terecht waren, maar uitsluitend dat zij haar vordering niet tegen Smith en Dikland in privé kon richten.De discussie over de monumentale status van het pand is geen onderdeel van haar vordering geweest. De CMZ bezit  geen rechtspersoonlijkheid, wat volgens Refos vragen oproept over bevoegdheden en communicatie. Een ministeriële beschikking is volgens Refos geen wet, en kan daaraan geen monumentenstatus in de zin van de Monumentenwet worden ontleend. Refos stelt dat het blijven herhalen van beschuldigingen in de media haar reputatie opnieuw schaadt en het geschil juist verdiept.Essentie van de uitspraakHet vonnis maakt duidelijk dat:● de rechter zich niet inhoudelijk heeft uitgesproken over reputatieschade;● de procedure is beslist op juridisch-technische gronden;● de interpretatie van de uitspraak door partijen uiteenloopt;● fundamentele vragen over bevoegdheden, monumentenstatus en mogelijke vervolgstappen buiten dit kort geding vallen.Daarmee is het juridische conflict niet beëindigd, maar blijft het verschil in duiding tussen partijen bestaan — met het vonnis als vaststaand referentiepunt.

| starnieuws | Door: Redactie