De fraude bij het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (SoZaVo) mag niet worden afgedaan als een losstaand schandaal of een tijdelijke ontsporing. Wie eerlijk naar de feiten kijkt, ziet dat het gaat om een structureel probleem dat al jarenlang onder de oppervlakte broeit. Het systeem van sociale steun,
kinderbijslag en uitkeringen is kennelijk zó kwetsbaar gemaakt dat misbruik, vriendjespolitiek en bestuurlijke nalatigheid bijna vanzelfsprekend zijn geworden.
De afgelopen vijf jaren waren ministers Uraiqit Ramsaran van de PL (van 2020 – 2023) en Ines Pané van de ABOP (van 2023 – 2025) verantwoordelijk voor SoZaVo.
De kern van het probleem ligt niet alleen bij individuen die frauderen, maar bij een staat die haar eigen administratie niet serieus neemt. Wanneer niet-ingezetenen via valse inschrijvingen als inwoners worden geregistreerd en daardoor aanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen, dan is er sprake van een diepe institutionele
rot. Als SOZA vervolgens uitbetalingen verricht zonder degelijke controle van woonstatus, identiteit of actualiteit van gegevens, dan werkt het systeem niet meer als vangnet voor de kwetsbaren, maar als open loket voor misbruik.
De recente fraude rond de uitbetaling van de zogeheten ‘moni karta’ laat zien hoe
ernstig de situatie werkelijk is. Dat een afdeling tijdelijk voor een week moest sluiten, meer dan dertig zaken aan justitie zijn overgedragen en betrokken medewerkers uit hun functie zijn gehaald of overgeplaatst, is veelzeggend. Nog schrijnender is de constatering dat er zelfs uitkeringen zouden zijn opgenomen op naam van overleden
personen die nog steeds in de bestanden voorkwamen. Dat is niet zomaar slordigheid, maar een ontluisterend bewijs van jarenlang falend toezicht.
De financiële schade is groot, maar de maatschappelijke schade is nog groter. Miljoenen SRD verdwijnen naar personen die daar geen recht op hebben, terwijl burgers die
wél afhankelijk zijn van ondersteuning steeds vaker worden geconfronteerd met vertraging, wanorde en onzekerheid. Daardoor groeit het gevoel dat eerlijkheid in Suriname niet wordt beloond, maar juist wordt benadeeld. En zodra dat gevoel breed postvat, brokkelt het vertrouwen in de overheid razendsnel af.
Wat deze kwestie extra
pijnlijk maakt, is dat politieke bescherming al te vaak als stille kracht op de achtergrond meespeelt. Patronage, partijbelangen en politiek gelieerde benoemingen hebben het staatsapparaat verzwakt. Wanneer ministeriële diensten worden volgestopt met mensen die niet op geschiktheid maar op connecties worden geselecteerd, dan wordt corruptie geen uitzondering meer, maar een
logisch gevolg van het systeem.
De oplossingen zijn in wezen simpel en al lang bekend. Een digitale koppeling met het CBB, periodieke verificatie van alle ontvangers, onafhankelijke audits door de Rekenkamer en transparante publicatie van uitkeringen per district en categorie zijn geen luxe, maar absolute noodzaak. Dat
reeds uitgegeven kaarten geblokkeerd kunnen worden en dossiers nu strenger worden gecontroleerd, is een stap in de goede richting, maar het blijft dweilen met de kraan open zolang de politieke cultuur niet verandert.
Suriname heeft geen tekort aan regels, rapporten of voornemens. Het echte tekort zit in
discipline, integriteit en politieke neutraliteit. Zolang sociale voorzieningen worden misbruikt als instrument voor netwerken, loyaliteiten en gemakzucht, blijft het volk de rekening betalen. SOZA moet er zijn voor de burger die steun nodig heeft, niet voor fraudeurs, politieke beschermelingen of een bureaucratie die zichzelf niet durft op te schonen.
De affaire bij SOZA bewijst één ding glashelder: zonder harde controle en zonder een radicale breuk met de oude politieke cultuur blijft sociale zekerheid in Suriname een mooi woord zonder echte inhoud.