• zaterdag 02 May 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Staatsaansprakelijkheid en gebrekkig wegbeheer in Suriname (OPINIE)

Staatsaansprakelijkheid en gebrekkig wegbeheer in Suriname (OPINIE)

| surinamevandaag | Door: Redactie

(Door K. Ramdhan) – De aansprakelijkheid van de Staat voor gebrekkig wegbeheer staat in Suriname steeds nadrukkelijker ter discussie. De toestand van delen van de Oost-Westverbinding, een hoofdverbinding tussen Paramaribo en Nickerie, roept de vraag op wanneer achterstallig onderhoud niet langer kan worden aangemerkt als beleidsprioritering, maar als een juridisch

relevant tekort in de uitvoering van publieke taken.

Berichten over ernstige wegschade, herhaalde incidenten en een fataal fietsongeval waarbij een weggebruiker ten val zou zijn gekomen door een gebrek in het wegdek, laten zien waarom achterstallig onderhoud aangemerkt moet worden als een schending van de zorgplicht en kan leiden tot staatsaansprakelijkheid.

Hoewel deze feiten niet in rechte zijn vastgesteld, vormen zij een relevante context voor de aansprakelijkheidsbeoordeling.

Risicoaansprakelijkheid (art. 6:174 Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW))

Artikel 6:174 NBW introduceert een risicoaansprakelijkheid voor de bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Openbare wegen

worden ingevolge artikel 6:174 lid 2NBW aangemerkt als opstallen, zodat de Staat als wegbeheerder (Wegenautoriteit 1995) aansprakelijk kan zijn voor gebrekkige infrastructuur (Memorie van toelichting art. 6:174 lid 2 NBW).

Deze regeling, die aansluit bij de Nederlandse systematiek, vormt een wezenlijke breuk met het vóór het NBW geldende recht (art. 1386

en 1387 oud BW), waarin de nadruk lag op schuld en verwijtbaarheid van de wegbeheerder. Onder dat regime lag de bewijslast aanzienlijk zwaarder bij de benadeelde, omdat moest worden aangetoond dat de overheid nalatig of onzorgvuldig had gehandeld. De huidige regeling verlegt het accent naar de objectieve toestand van de
weg en verlaagt daarmee de drempel voor aansprakelijkheid.

Voor risicoaansprakelijkheid is vereist dat sprake is van een gebrek dat een gevaar voor weggebruikers oplevert en dat dat gevaar zich verwezenlijkt. De beoordeling daarvan is objectief en contextafhankelijk, waarbij onder meer de functie van de weg, de verkeersintensiteit en de ernst van

het risico relevant zijn.

In dat kader is van belang dat de rechter mede acht slaat op de kenbaarheid van het risico en de mogelijkheid tot het treffen van maatregelen, zoals ook volgt uit het Wilnis-arrest (ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2011/251). Hoewel dit arrest betrekking heeft op waterkeringen, is de daarin ontwikkelde benadering

richtinggevend voor de beoordeling van gebrekkige infrastructuur in het algemeen.Schuldaansprakelijkheid (art. 6:162 NBW)

Naast risicoaansprakelijkheid blijft artikel 6:162 NBW van toepassing op situaties waarin het handelen of nalaten van de wegbeheerder centraal staat. Deze bepaling vereist een toerekenbare onrechtmatige daad.

Daarvan kan sprake zijn wanneer de overheid nalaat een bekend gevaar weg

te nemen, onvoldoende toezicht houdt of niet waarschuwt voor tijdelijke risico’s zoals kuilen in het wegdek of losliggend materiaal. In die gevallen rust de bewijslast op de benadeelde.De beoordeling van zorgvuldigheid wordt mede ingevuld aan de hand van de criteria uit het Kelderluik-arrest (HR 5 november 1965,ECLI:NL:HR:1965:AB7079), waarin onder meer
de voorzienbaarheid van schade, de kans op ongevallen en de bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatregelen centraal staan.

Afbakening en beleidsruimteHet onderscheid tussen beide grondslagen ligt in de aard van de normschending. Artikel 6:174 NBW ziet op de toestand van de weg zelf, terwijl artikel 6:162 NBW betrekking heeft op gedragingen van de wegbeheerder.

Hoewel

de Staat beleidsruimte heeft bij de inrichting en het onderhoud van infrastructuur, is die niet onbeperkt. Zodra sprake is van een concreet en kenbaar gevaar, verschuift de beoordeling van beleidsvrijheid naar uitvoeringsverantwoordelijkheid.

Het in vergelijkend recht ontwikkelde onderscheid tussen beleidsmatige en operationele beslissingen, zoals ontwikkeld in Just v. British Columbia (Supreme

Court Canada 9 november 1989, [1989] 2 SCR 1228), ondersteunt deze afbakening: beleidskeuzes worden terughoudend getoetst, terwijl uitvoering en onderhoud aan de civielrechtelijke zorgvuldigheidsnorm zijn onderworpen.

Causaliteit en eigen schuldIn ieder geval is voor aansprakelijkheid vereist dat de schade in causaal verband staat met het gebrek of het nalaten van de

wegbeheerder. Indien een ongeval rechtstreeks voortvloeit uit een gebrekkige wegtoestand, ligt toerekening in beginsel voor de hand.

Eigen schuld van de benadeelde kan leiden tot vermindering van de schadevergoedingsplicht (art. 6:101 NBW). Het relativiteitsvereiste (art. 6:163 NBW) vormt in deze context doorgaans geen beletsel, nu de norm van veilig wegbeheer mede

strekt tot bescherming van weggebruikers.

ConclusieDe aansprakelijkheid van de Staat voor gebrekkig wegbeheer in Suriname wordt in de eerste plaats beheerst door artikel 6:174 NBW. Deze bepaling heeft de rechtspositie van weggebruikers wezenlijk versterkt ten opzichte van het oude recht, waarin aansprakelijkheid vooral via schuldconstructies moest worden aangenomen.

Daarnaast kan aansprakelijkheid ontstaan

op grond van artikel 6:162 NBW wanneer sprake is van onzorgvuldig handelen of nalaten van de wegbeheerder. Beide grondslagen hebben een eigen juridisch merites, maar kunnen in concrete gevallen naast elkaar worden ingeroepen.Indien een openbare weg een onaanvaardbaar risico oplevert en de Staat nalaat tijdig en doeltreffend in te grijpen,
kan aansprakelijkheid juridisch worden aangenomen. Beleidsvrijheid kan in dat geval niet dienen als rechtvaardiging voor structureel gebrekkig onderhoud.

Voor benadeelden is het van belang het juridisch juiste aanknopingspunt te identificeren: artikel 6:174 NBW bij gebrekkige infrastructuur zelf en artikel 6:162 NBW bij verwijtbaar handelen of nalaten. In veel gevallen zal een

cumulatieve grondslag strategisch aangewezen zijn om volledige schadevergoeding te kunnen effectueren.

K. (Chinta) Ramdhan

| surinamevandaag | Door: Redactie