• dinsdag 18 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Offshore-olie en ‘oliedomheid’: Suriname op pad naar schijnwelvaart (1)

Offshore-olie en ‘oliedomheid’: Suriname op pad naar schijnwelvaart (1)

| starnieuws | Door: Redactie

Jack Menke

Terwijl offshore-oliegiganten en Surinaamse counterparts economische groei en hardware (olieplatform, oliereserves, logistiek) benadrukken, is het vertrouwen in politieke en extractieve instituten reeds jaren tot bijna nul gedaald. De offshore-oliewinning zal de zoveelste golf van schijnwelvaart met nieuwe elites voortbrengen, zonder ontwikkeling. Daarentegen zou Suriname met hernieuwbare bronnen in harmonie met de natuur als pijler en inclusieve politieke, economische en educatieve instituten succesvol ontwikkeld kunnen worden, in tegenstelling tot extractieve instituten met niet-hernieuwbare mijnbouw als speerpunt. Suriname kan met hernieuwbare bronnen als

hoogste prioriteit ontwikkeling realiseren in plaats van zich te laten meeslepen in een terugkerende mijnbouw-‘aanhangwagen’ met groei zonder ontwikkeling.


In een zevendelige serie betoog ik dat de huidige offshore-oliehype – inclusief de Suriname 1.0-2.0-3.0-visie van het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) – het lad qua ontwikkeling ‘oliedom’ zal maken, met een deel van onze elites in de aanhangwagens van internationale oliegiganten. Na ‘Suriname 1.0-2.0-3.0: valse start omarmt schijnwelvaart’ volgen: ‘Local content’ voor offshore-olie; Local Development versus Local Content; Offshore-olielessen van Guyana; Staatsolie Toen en Nu; Inheemse, Tribale en kustgemeenschappen; Surinames alternatief ontwikkelingspad.

Suriname 1.0-Suriname 2.0-Suriname 3.0: valse start omarmt schijnwelvaart
Kenmerkend voor de Suriname 1.0-2.0-3.0-visie van OGM zijn diverse verkeerde uitgangspunten en redeneringen. Ik citeer/vertaal uit de Suriname Energy Guide 2026/2027, pagina 16: “Suriname 1.0 was gebouwd op traditionele sectoren zoals landbouw, bosbouw, bauxietwinning en mijnbouw, inclusief de opkomst van offshore-exploratie en de ontdekking van koolwaterstofvoorraden van
wereldklasse, maar kampt nog steeds met zwakke instellingen en een laag inkomen voor het land.” Dit klopt niet, want Suriname werd niet gebouwd op traditionele sectoren, maar op de mijnbouwsector als speerpunt (bauxiet en goud vanaf de 20ste eeuw), waardoor bloeiende bevolkingssectoren zoals de rijstbouw werden weggedrukt.

Suriname 2.0 staat voor de overgang van de ontdekking van grondstoffen naar een door grondstoffen aangestuurde ontwikkeling – waarbij natuurlijke rijkdom de basis vormt voor economische diversificatie, de ontwikkeling van menselijk kapitaal, milieubeheer en welvaart op de lange termijn.....” Dit is een verkeerde en tegenstrijdige weergave voor duurzaamheid. Waarom? Omdat de NATUUR, inclusief 93% bos en gerelateerde biodiversiteit, plus Inheemse en Tribale volken als behoeders hiervan, de natuurlijke basis herbergt voor duurzaamheid en niet een door mijnbouwgrondstoffen aangestuurde ontwikkeling.


Suriname 3.0: De vraag waar we voor staan is niet simpelweg hoeveel olie of gas we kunnen produceren. De echte vraag is hoe we
deze hulpbronnen kunnen gebruiken om een sterkere, meer gediversificeerde en duurzamere toekomst op te bouwen voor alle Surinaamse burgers. We noemen deze visie, waar we uiteindelijk naartoe willen, ‘Suriname 3.0’.” Deze vraag is ongerijmd, omdat per definitie niet-duurzame olie en gas tot speerpunt worden verheven voor diversificatie en duurzaamheid, terwijl de NATUUR met bos en inherente biologische en culturele diversiteit als duurzame pijler wordt vernietigd.

OGM Tandeloze Jaguar
Olie, Gas en Milieu (OGM) is medio 2025 opgericht om een sterke balans te vinden tussen wat de regering zag als grote economische kansen van de opkomende olie- en gassector en milieubescherming. Hieraan kleven twee beperkingen. Ten eerste blijkt uit de naamgeving en taken dat dit ministerie een voortzetting is van de oude koloniale traditie met niet-hernieuwbare mijnbouw als economisch speerpunt. Daarbij is binnen het OGM Milieu een tandeloze jaguar die ondergeschikt is aan het grootkapitaal van mijnbouwgiganten. Een tandeloze jaguar
lijkt op het eerste gezicht sterk, maar heeft in de praktijk geen capaciteit om de doelen te bereiken. Het OGM, inclusief extractieve instellingen zoals de Nationale Milieu Autoriteit en Commissie Ordening Kleinschalige Goudsector, doet denken aan organisaties die lawaai maken met mooie namen en regels, maar nooit de wortels aanpakken, zoals de recente vissterfte in de Saramaccarivier ons leert. Een tweede beperking van OGM is dat Surinames NATUUR, met formeel 93% bos inclusief de Inheemse en Tribale volken, een duurzaam speerpunt behoort te zijn en geen aanhangsel binnen de ongerijmde combinatie in dit ministerie van milieu met niet-hernieuwbare olie en gas.

Mijnbouwmachtselites

De afgelopen 40 jaren ontstonden nieuwe Surinaamse machtselites met goud als steunpilaar. Zij profiteerden van nieuwe overeenkomsten met multinationale goudbedrijven en verleenden goudconcessies aan elites in achtereenvolgende mamio-regeringen. De formele, informele en criminele economieën werden onderling verbonden en verdeeld via partij-elites die concessies kregen in goudrijke gebieden.

Deze elites nestelden zich in extractieve instituten en staatsbedrijven, waar economische, politieke en juridische regelingen werden gemaakt en macht werd geconcentreerd ten koste van de breedste lagen.

Extractieve groei kennen we uit de vroegere plantage-economie en van de sinds de Tweede Wereldoorlog van bauxiet afhankelijke Surinaamse economie. Zodra de exploitatiebron verdwijnt, stopt ook de economische groei. Het Brokopondoproject is een schoolvoorbeeld van ‘groei zonder ontwikkeling’ vanuit een achterhaalde Wereldbankvisie van ‘groei nu en verdeel later’. De Saamaka-bevolking werd niet betrokken bij de besluitvorming. Dit project genereerde een hoge economische groei van jaarlijks gemiddeld 13% van 1965-1967, die snel uitbluste en zelfs negatief werd. De regeringsdoelen van duurzame groei, werkgelegenheid en sociale rechtvaardigheid werden niet bereikt.

Het grootste nadeel van het Brokopondoproject was het ontstane stuwmeer, waardoor dorpen onder water kwamen en ongeveer 6.000 Marrons gedwongen moesten verhuizen, terwijl de natuur en lokale ontwikkelingsinspanningen werden vernietigd. Dus economische groei garandeert geen
ontwikkeling! Want ontwikkeling wordt pas mogelijk door het mobiliseren van het eigen potentieel in een duurzaam project onder eigen beheer via drie pijlers: Participatie, Duurzaamheid en Harmonische diversiteit. Deze vormen de kern van ontwikkeling en zien we terug in de Natuur.

Conclusie
Anno 2026 heeft Suriname een eenzijdige focus op offshore-oliecontracten met een opkomende olievloek, zonder een passend, samenhangend ontwikkelingsplan. Tegelijkertijd wemelt het van concessies en illegale activiteiten met natuurvernietiging van enorme bos- en woongebieden. Anderzijds is er een alternatief voor ontwikkeling in harmonie met de NATUUR dat politiek steeds verder wordt ondermijnd.

Terwijl het OGM een op grondstoffen gebaseerde ontwikkeling wil bevorderen door verbindingen binnen en buiten de mijnbouwwaardeketen en de effecten van de grondstoffenvloek wil overwinnen, werkt de Suriname 1.0-2.0-3.0-visie hand in hand met extractivisme. Hierdoor worden de structurele tekortkomingen van het decennialang falende ontwikkelingsbeleid versterkt en raken met deze kromme visie zogenaamde hervormingen via offshore-olie
en -gas verstrikt in beleid dat ontwikkeling ondermijnt en schijnwelvaart bevordert.

“Suriname op pad naar schijnwelvaart” draait om de vraag of wij met steeds meer miljardenolieprojecten voor de Surinaamse kust de dreigende valkuil kunnen vermijden: rijkdom op papier – armoede, ongelijkheid en natuurvernietiging in werkelijkheid….


Jack Menke

| starnieuws | Door: Redactie