
Guyanees bedrijfsleven wil bruggesprekken stopzetten vanwege heffing op Corantijnrivier
| suriname herald | Door: Redactie
Het Guyanese bedrijfsleven voert de druk op in het geschil met Suriname over heffingen op de Corantijnrivier. De Georgetown Chamber of Commerce and Industry (GCCI) roept de regering van Guyana op om gesprekken over de bouw van een brug over de Corantijnrivier stop te zetten, tenzij Suriname de heffingen voor Guyanese vrachtvaartuigen intrekt.
Volgens de GCCI moeten de brugonderhandelingen worden opgeschort zolang de kwestie rond de heffingen niet structureel is opgelost. De organisatie stelt dat Guyana geen “hand van vriendschap zonder wederkerigheid” moet uitsteken meldt de Guyanese media, Demerara Waves.
Volgens de GCCI moeten de brugonderhandelingen worden opgeschort zolang de
De oproep volgt nadat president Irfaan Ali eerder deze maand het onderwerp publiekelijk aan de orde stelde. Sindsdien heeft de Guyanese regering zich grotendeels stil gehouden, al bevestigen functionarissen van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat er wel contact is tussen beide landen. De gesprekken zouden echter achter gesloten deuren plaatsvinden.
Suriname: regels zijn niet nieuw Suriname heeft eerder aangegeven dat de geldende wet- en regelgeving niet nieuw is en dat Guyana via diplomatieke kanalen vrijstelling kan aanvragen voor
De GCCI wijst naast de heffingen ook op andere handelskwesties, zoals de vermeende dumping van illegale en inferieure goederen vanuit Suriname op de Guyanese markt. Volgens de organisatie moeten deze problemen eerst worden aangepakt voordat bruggesprekken kunnen worden hervat.
Plannen voor de bouw van een brug over de Corantijnrivier liggen al enige tijd stil. Sinds het aantreden van de regering onder president Jennifer Simons is er nog geen financiering gevonden, mede door budgettaire beperkingen en toezicht van het IMF. De vorige regering onder Chan Santokhi had toegezegd financiering te zoeken voor het project, indien zij de verkiezingen had gewonnen.
President Ali sloot recent niet uit dat Guyana maatregelen zal treffen tegen Suriname als het land vasthoudt aan de heffingen voor transport van onder meer hout en steenslag over de rivier. Hij benadrukte dat wederkerigheid een belangrijk uitgangspunt is voor zijn regering.
Ook andere Guyanese organisaties mengen zich in de discussie. De Upper Corentyne Chamber of Commerce and Industry (UCCI) waarschuwt dat gemeenschappen langs de rivier, zoals Orealla en Siparuta, zwaar getroffen kunnen worden doordat extra kosten worden doorberekend aan klanten. Volgens de UCCI moeten sommige operators tot US$ 2500 per reis betalen voor een zogenoemde pilotlicentie, terwijl bijkomende kosten voor tussenpersonen oplopen tot US$ 1000 à US$1500. Deze bedragen worden als buitensporig en onbetaalbaar bestempeld.
De organisatie pleit daarom voor de versnelde aanleg van een weg tussen Crabwood Creek en Orealla, om minder afhankelijk te zijn van de Corantijnrivier en Surinaamse toestemming.
De Guyana Manufacturing and Services Association (GMSA) stelt dat de heffingen de kosten voor Guyanese bedrijven verhogen, vooral in sectoren als handel, transport, houtkap en mijnbouw. Volgens de organisatie heeft dit niet alleen impact op bedrijven, maar ook op grensgemeenschappen, toeleveringsketens en het investeringsklimaat tussen beide landen.
De GCCI suggereert dat de heffingen deel uitmaken van een bredere strategie van Suriname rond het grensgeschil over de zogenoemde New River Triangle. Volgens de organisatie zouden de maatregelen de economische ontwikkeling van Guyana, met name in Berbice, kunnen afremmen. De kwestie rond de Corantijnrivier dreigt daarmee uit te groeien tot een breder politiek en economisch conflict tussen beide buurlanden.
| suriname herald | Door: Redactie




































