• zondag 20 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
De kip die we eten kennen we niet

De kip die we eten kennen we niet

| starnieuws | Door: Redactie

Suriname eet jaarlijks gemiddeld tussen de 42 en 48 kilogram kip per persoon, 1 van de hoogste consumptiecijfers in onze regio. Maar achter dat cijfer gaat een pijnlijke realiteit schuil: 65% van alle slachtpluimvee die in Suriname wordt gegeten, komt uit het buitenland, meestal geen hoogwaardige producten. Deze producten, vooral bevroren kippenbouten met een hoog vetgehalte, potentiële microbiologische risico’s, laagwaardig beschouwd in de landen van herkomst en problemen met de koudeketen worden geïmporteerd.


Dus waarom niet meer productie in ons land, met

zoveel landbouwgrond, een bevolking die meer kip eet dan welk ander land in de regio en met een eigen kweek van maar 35%. Het antwoord ligt niet bij de WTO. In 2017 verhoogde Suriname het importtarief op pluimvee van 20% naar 40%, zonder het gewenste effect. De importafhankelijkheid bleef. De lokale productie groeide niet significant.


Een importtarief werkt alleen als de binnenlandse productie daadwerkelijk wordt opgeschaald. Dat kan niet, zolang de grootste kostenpost, veevoer, volledig afhankelijk blijft van import. De pluimveesector draait op voer. Voer bepaalt het gewicht van de dieren, het rendement en uiteindelijk de kostprijs. In Suriname wordt pluimveevoer gemaakt door een mix van geïmporteerde componenten, voornamelijk soja en maïs.


Ongeveer 100% van de soja en maïs voor de veevoersector wordt geïmporteerd. In 2019 was er in heel Suriname slechts 54 hectare met maïs beplant. In 2025 is er ±17 miljoen kilo aan Soja geïmporteerd en ± 7

miljoen kg aan mais. Het gevolg: Surinaamse kip blijft duurder dan geïmporteerde kip, zelfs met een tarief van 40%. De lokale sector kan daardoor niet verder komen dan 35% van de bevolking voorzien. Meer dan 20.000 ton kip wordt per jaar geïmporteerd. 


Wanneer een investeerder een initiatief neemt om de lokale productie op te schalen met als doel de kostprijs te verlagen en meer lokale kip op de markt te brengen wordt dat in bepaalde kringen als "moord en brand" afgeschilderd. Het beplanten van een areaal van 10.000 hectare zou neerkomen op 0,06% van de totale oppervlakte van Suriname. Ter vergelijking: in Brazilië wordt soja en maïs op grote schaal gecultiveerd, met ondersteuning van onderzoekscentra zoals EMBRAPA Cerrados.


De vraag die zich opdringt is waarom is 0,06% van Suriname beplanten een catastrofe, terwijl 65% import van laagwaardige bevroren kip de norm is? 


De feiten wijzen uit:  
- De import van
panklare kip en kipdelen in Suriname is 65% 
- Suriname importeert haast 100% van zijn soja en maïs voor veevoer.
- Suriname heeft 54 hectare aan maïs in het hele land.
- De lokale sector voorziet 35% van de bevolking van kippenvlees.

- De import betreft grotendeels laagwaardige bevroren bouten.


Een eerlijk en serieus debat over onze landbouw zou moeten gaan over de echte vragen:
- Waarom is de lokale productie al decennialang vastgelopen op 35%?
- Waarom wordt er vrijwel geen maïs en soja in Suriname verbouwd, terwijl de vraag naar voer groot is?
- Waarom wordt een initiatief tot opschaling onmiddellijk als bedreiging geframed, terwijl import de norm is?
- Welke rol spelen gevestigde importbelangen in het tegenhouden van lokale productie?

- Hoe kan Suriname van 35% naar 50% of meer lokale productie gaan?


De 42 tot 48 kilogram kip per hoofd in Suriname is geen prestatie. Het

is een alarmbel. Het land importeert 65% van zijn pluimvee, grotendeels laagwaardige bevroren bouten en is ook voor een heel groot deel van zijn voer afhankelijk van import. De lokale sector kan slechts 35% van de bevolking voorzien.


Het planten van maïs en soja is niet het probleem. Het probleem is een decennialang beleid dat import beloont, lokale productie ontmoedigt en elke poging tot opschaling criminaliseert.


En laten we eerlijk zijn: een kip die in Suriname is gekweekt, is eigenlijk alleen een kip die in Suriname heeft geleefd, voor de rest is die gevoerd met geïmporteerde soja en maïs, verbouwd door de landbouwers die we liever niet binnenlaten.


Rudi Moeridjan



| starnieuws | Door: Redactie