• woensdag 25 March 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Jeugdraad of Jeugdparlement?

Column: Jeugdraad of Jeugdparlement?

| starnieuws | Door: Redactie

Hans Breeveld Het jeugdbeleid van Suriname – althans de organisatiestructuur – wordt door overige landen in het Caraïbisch gebied geprezen. Het officieel instellen van het Nationaal Jeugdparlement (NJP) in 1999 deed het
respect voor Suriname als modelland toenemen. Maar zijn wij in Suriname en de organisaties die jongeren representeren wel content met het gevoerde beleid ten opzichte van de jeugd?

In 2009 kreeg een consultatiegroep, bestaande uit juristen en sociale wetenschappers, en waarvan ik als voorzitter mocht optreden, van de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling de opdracht het Nationaal Jongeren Instituut – waaronder het Jeugdparlement viel – te evalueren.

Een van de aanbevelingen die de consultatiegroep deed, was de naam ‘Nationaal Jeugdparlement’ te veranderen in onder andere ‘Jeugdraad’. Nu, meer dan een decennium later, schijnt deze naam een punt van
discussie te zijn. Enkelen willen terug naar de benaming “Nationaal Jeugdparlement”. Het is niet zomaar dat in haar eindverslag de consultatiegroep ook heeft aanbevolen dat leden van het NJP niet actief deel zouden moeten nemen aan activiteiten van politieke partijen. Het was een publiek geheim dat door menig lid van het Nationaal Jeugdparlement grotere prioriteit werd gegeven aan het gespot worden door partijpolitieke bonzen dan aan het zich concentreren op de problemen waarmee de jeugd te kampen had. Anderen hoopten dat, indien zij in de “grote politiek” zouden doordringen, ze gemakkelijker in staat zouden zijn de problematiek van de jeugdigen op te lossen. Aan het eind van hun politieke loopbaan kwamen ze er echter achter wat voor een ijdele droom dat was.

Een essentiële voorwaarde voor het goed uitvoeren van een geslaagd jeugdbeleid is dat er in elk ressort, middels buurtcentra, de jeugd de mogelijkheid tot onder andere recreatie krijgt. Alle scholen die ’s middags leegstaan, zouden in dit kader nuttiger kunnen worden ingezet.
Maar er horen ook voldoende jeugdleiders en vrijwilligers te zijn.

Het lijkt mij dat er niet lang stilgestaan zou moeten worden bij de naam van het orgaan dat als inspraakorgaan van de jeugdigen dienst moet doen. Niet de naam Jeugdraad of Jeugdparlement is van belang, maar dat het jeugdbeleid dat uitgevoerd wordt en de situatie van de jeugdigen in Suriname, verbetert. Bij aanwijzing dan wel verkiezing zou als eis moeten worden gesteld dat, om deel uit te maken van de jeugdraad, betrokkene ten minste een minimaal aantal jaren actief bezig geweest moet zijn met jeugdwerk.

Uiteraard zouden leden van de Jeugdraad – na hun actieve periode – ook kunnen deelnemen aan partijpolitiek. Dat zou echter anders moeten gaan dan zoals het nu plaatsvindt. Ex-leden van wat ooit het Jeugdparlement heette, stappen thans als enkeling in een politieke partij. Dit heeft tot gevolg dat hun stem op het gevoerde beleid nauwelijks invloed heeft. Anderzijds zijn zij binnen de kortste keren ‘gekloond’ tot standaardpolitici. Ze praten als hen, lachen als hen en handelen als hen.

Jeugdigen zouden, met de ervaring die ze hebben opgedaan in het jeugdwerk – liefst na het afronden van ook nog een studie – meer als een collectiviteit, politiek actief moeten worden. Zij zouden als groep binnen een bestaande politieke partij kunnen stappen. Ik zie niet graag nieuwe partijen ontstaan in Suriname, maar wanneer het zelfreinigend proces zich heeft voltrokken, dan is er weer ruimte voor nieuwe politieke partijen.

Jonge mensen die een grondige studie hebben gemaakt van de Surinaamse problematiek, daarover hebben nagedacht en uitvoerbare oplossingen kunnen aandragen, zouden zich dan als nieuwe politieke partij kunnen presenteren.

Daarbij staat mij het beeld voor ogen, nu alweer 60 jaar geleden, toen in Nederland intellectuelen en personen uit het maatschappelijk middenveld, onder leiding van een bevlogen Hans van Mierlo, D66 oprichtten en politiek-bestuurlijke vernieuwingen opeisten. Ze hebben zeker niet al hun doelstellingen kunnen verwezenlijken, maar het Nederlandse politieke speelveld ontwaakte uit een droom van genoegzaamheid. En tot nu toe is deze partij een sterke speler in de politieke arena.

Zo zouden jeugdigen een eind kunnen maken aan de bestaande politieke cultuur en hopelijk ook aan de gebrekkig functionerende interne partijdemocratie binnen politieke partijen. Een interne partijdemocratie waarbij menig leider van een politieke partij zijn kracht c.q. sterkte niet ontleent aan intrinsieke waarden en eigenschappen – dus wat hij of zij zelf ontwikkeld heeft en uitstraalt – maar waarbij macht het gevolg is van de zwakte van structuren en individuele bestuursleden.

Helaas hebben wij in het heden nog te maken met jeugdigen die modegrillen volgen, zoals illegale auto- en/of motorraces, vechtpartijen op scholen, tienerzwangerschappen en nog meer van dit soort negativisme. Als de naam Jeugdraad al dan niet blijft gehandhaafd, kan het jeugdbeleid nooit tot doel hebben dat slechts enkelen zich kunnen profileren, terwijl de grote doelgroep, wier belangen zij moeten behartigen, verkommert.

Hans Breeveld

| starnieuws | Door: Redactie