
Asabina: Geen gelegenheidswetgeving, maar noodzakelijke versterking rechtsstaat
| starnieuws | Door: Redactie
Mede-initiatiefnemer Ronny Asabina (BEP) heeft vrijdag in De Nationale Assemblee benadrukt dat het pakket initiatiefwetten over de hervorming van de rechterlijke macht bedoeld is om de rechtsstaat te versterken en niet om personen of instituten te ondermijnen. Volgens hem is in de voorbereidingsfase “niets aan het toeval overgelaten” en is er uitgebreid overleg gevoerd met stakeholders, deskundigen en maatschappelijke actoren.
Kritiek op ‘politieke spelletjes’ en ‘valse leugens’
In zijn bijdrage sprak Asabina zijn afkeuring uit over het klimaat rond de behandeling van de initiatiefwetten. Hij stelde dat het debat niet vrij is gebleven van politieke spelletjes, verdachtmakingen
Asabina weersprak onder meer de stelling dat de rechtsstaat met deze wijzigingen in gevaar zou komen of dat de wetsvoorstellen “te kwader trouw” zouden zijn. Tegelijk zei hij dat hij, ondanks de commotie en de stevige toon, het debat tot dusver als productief en constructief ervaart en dat er uit verschillende fracties zinvolle bijdragen zijn geleverd – ook vanuit
Focus op vertrouwen, rechtsbeleving en ‘recht voor allen’
Asabina onderstreepte dat in de samenleving signalen leven over een beschadigde rechtsbeleving en het gevoel dat recht niet voor iedereen gelijk werkt. Hij stelde dat versterking van de instituties noodzakelijk is om dat vertrouwen te herstellen. Daarbij verwees hij ook naar klokkenluiders en de verwachtingen van burgers, en benadrukte hij dat burgers “moeten kunnen beleven, voelen en meten” dat het recht voor allen geldt.
Hij ging ook in op de roep om snellere doorlooptijden en heldere afdoeningstermijnen binnen de strafrechtsketen en zei dat zulke aandachtspunten in de discussie steeds terugkomen. Volgens hem is het niet gezond wanneer in de beleving van burgers onderscheid ontstaat tussen diefstal en corruptie, alsof het ene strenger wordt aangepakt dan het andere.
Erkenning inheemsen: “Geen discussie voor mij”
Over de voorgestelde wijziging in de preambule van de Grondwet – waarin inheemse volken als oorspronkelijke bewoners worden erkend – sprak Asabina met nadruk. Hij zei dat hij persoonlijk geraakt is door gesprekken in het binnenland, waar hem ooit werd gevraagd of iemand zich nog wel Surinamer mocht voelen. Hij noemde ontmoetingen met traditionele gezagsdragers en stelde dat erkenning in de Grondwet voor hen een principiële kwestie is.
Volgens Asabina is Suriname bovendien partij bij internationale verdragen, en daarom vindt hij het niet te verdedigen wanneer wordt gesuggereerd dat zulke voorzieningen niet nodig zouden zijn. “Dan vraag ik mij af of we ready en willing zijn om de rechten van deze groep Surinamers een juridische grondslag te geven,” is de strekking van zijn betoog.
Cassatie: Suriname loopt achter
Asabina sprak ook steun uit voor de invoering van cassatierechtspraak. Hij stelde dat het breed gedragen is dat Suriname een extra toetsingsmogelijkheid nodig heeft en dat dit past bij modernisering van de rechtsgang. Hij merkte daarbij op dat Suriname, in vergelijking met andere landen, achterloopt en dat cassatie daarom “meer dan nodig” is. Tegelijk benadrukte hij dat het debat over de precieze keuze van het model (welk cassatiestelsel) nog niet finaal is: het gaat nu om de grondwettelijke voorziening, de verdere uitwerking volgt later.
College van procureur-generaal: versterking OM en check and balance
Over het voorstel voor een college van procureur-generaal zei Asabina dat het primaire doel is: versterking en herstructurering van het Openbaar Ministerie in het kader van modernisering. Hij haalde aan dat de procureur-generaal zelf eerder heeft aangegeven voorstander te zijn van hervorming en dat verschillende voordelen herhaaldelijk zijn genoemd, zoals efficiëntie, rechtszekerheid en betere checks and balances.
Tegelijk waarschuwde hij dat onafhankelijkheid van het OM een kernpunt moet blijven en dat er in het parlement nog geen breed draagvlak lijkt te zijn voor alle onderdelen. Wel zei hij dat hij de geluiden van kerninstituten, beroepsgroepen en maatschappelijke organisaties heeft gehoord. Hij gaf aan geen tegenstander te zijn van een meer collegiale leiding, waarbij delegatie en taakverdeling juist kunnen bijdragen aan betere sturing (“span of control”) in een complexer wordende samenleving.
Pensioenleeftijd: ruimte voor correctie
Over de discussie rond de leeftijdsgrens (van 70 naar 65 jaar) ging Asabina ook in op kritiek dat zijn positie veranderd zou zijn. Hij stelde dat bij verandering en nieuwe inzichten correctie mogelijk is en wees erop dat ook vanuit de rechterlijke macht bereidheid bestaat om over die leeftijdsgrens te praten.
Nog geen ‘eindsprint’: “Stappenvoorwaarden maken”
Asabina sloot af met de boodschap dat het niet gaat om een snelle eindsprint om “ideale wetten” te produceren, maar om het scheppen van randvoorwaarden en stappen richting een betere rechtsbescherming. Hij kondigde aan dat de initiatiefnemers na deze ronde een “pas op de plaats” zullen maken en opnieuw met relevante actoren in gesprek zullen gaan. Ook riep hij overige DNA-leden op om inzichten en voorstellen te delen, zodat uiteindelijk een breder gedragen eindproduct kan ontstaan.
| starnieuws | Door: Redactie


































