
Rechter fluit Baitali terug: Staat Suriname mag wegenproject voortzetten
| waterkant | Door: Redactie
De kantonrechter heeft Baitali dinsdag in het ongelijk gesteld in de zaak tegen de Staat Suriname rond het omstreden project van het Ministerie van Openbare Werken. De aannemingsmaatschappij wilde onder meer inzage krijgen in documenten die de Staat aan de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) zou hebben gestuurd, maar kreeg daarvoor geen toestemming van de rechter.
Baitali stapte opnieuw naar de rechter omdat de Staat volgens haar geen uitvoering had gegeven aan een eerder vonnis van 10 juli 2025. In dat vonnis was de Staat opgedragen de inschrijving van Baitali opnieuw te beoordelen. Volgens Baitali was dat onvoldoende gebeurd en moest de Staat daarom hogere dwangsommen betalen.
Het bedrijf eiste daarnaast dat de Staat binnen twee dagen documenten zou afgeven over het onderhandelingsrapport en andere stukken die verband zouden houden met de goedkeuring door de IDB. Volgens Baitali zou de Staat buiten de aanbestedingsregels om contact hebben gehad met Kuldipsingh. Dat zou volgens het
De Staat verzette zich tegen die eisen. Volgens de Staat waren de gevraagde documenten te ruim omschreven en hadden ze betrekking op Kuldipsingh, niet op Baitali. Ook stelde de Staat dat de IDB eerst het evaluatierapport had goedgekeurd, waarna pas onderhandelingen zijn gevoerd. Van schending van aanbestedingsregels was volgens de Staat geen sprake.
De kantonrechter ging mee in het verweer van de Staat. Volgens de rechter voldeed Baitali niet aan de wettelijke voorwaarden om inzage in de documenten te krijgen. Ook wees de rechter het verzoek af om de dwangsommen tegen de Staat te verhogen.
Belangrijk is dat de rechter oordeelde dat Baitali misbruik maakt van haar recht om het eerdere vonnis verder te executeren. Volgens de kantonrechter heeft de Staat deels al uitvoering gegeven aan het vonnis en is reputatieschade de enige schade die Baitali stelt te lijden.
De rechter besloot daarom dat de verdere executie
Daarnaast kreeg Baitali een verbod opgelegd om de voortzetting van het project te verhinderen. Als het bedrijf dat toch doet, moet het een dwangsom betalen van SRD 10.000 per dag, met een maximum van SRD 1.000.000. Baitali is ook veroordeeld in de proceskosten.
in
| waterkant | Door: Redactie




































