
Jogi pleit voor nationaal opbouwplan vóór eerste olie uit Blok 58
| suriname herald | Door: Redactie
VHP-assembleelid Mahinder Jogi heeft tijdens de behandeling van de begroting 2026 gepleit voor een nationaal opbouwplan dat vóór de eerste olieproductie uit Blok 58 gereed moet zijn. Volgens hem biedt de komst van olie en gas grote kansen, maar alleen als Suriname kiest voor goed bestuur, begrotingsdiscipline en investeringen die zorgen voor duurzame economische ontwikkeling.
Jogi hield de regering voor dat een prudente staatshuishouding volgens hem een basisvoorwaarde is voor stabiele prijzen en een gezonde economie. Daarbij verwees hij naar een historische analyse van de Centrale Bank van Suriname over de overheidsfinanciën tussen 1957 en 2020. Volgens het assembleelid laat die analyse zien dat Suriname in verschillende perioden te maken heeft gehad met hoge begrotingstekorten, monetaire financiering, oplopende schulden en economische instabiliteit.
Aan de hand van die geschiedenis stelde Jogi dat de komst van olie-inkomsten geen garantie biedt voor welvaart. Hij wees erop dat landen met grote olievoorraden niet automatisch
Het VHP-assembleelid zei verder dat de staatsschuld momenteel rond US$ 5 miljard bedraagt en vroeg zich af welke productieve investeringen met de aangegane leningen zijn gefinancierd. Volgens hem moet duidelijk worden welke economische opbrengsten daar tegenover staan.
Jogi sprak ook zijn bezorgdheid uit over het terugvallen op de Comptabiliteitswet 2019. Volgens hem is de afgelopen jaren gewerkt aan het versterken van financiële controlemechanismen, de Rekenkamer en het Spaar- en Stabiliteitsfonds. Hij vreest dat uitstel van nieuwere wetgeving gevolgen kan hebben voor de verantwoording en het beheer van toekomstige olie-inkomsten.
Daarnaast vroeg hij aandacht voor de ontwikkeling van sectoren buiten de mijnbouw. Volgens Jogi wordt al decennialang gesproken over economische diversificatie, maar is de productiecapaciteit in verschillende sectoren afgenomen. Als voorbeeld noemde hij de houtsector, waar volgens hem
Ook de landbouwsector kwam aan bod. Jogi wilde van de regering weten welke concrete afspraken zijn gemaakt met Brazilië en de Dominicaanse Republiek op het gebied van landbouwontwikkeling, kennisoverdracht, technologie en exportbevordering. Volgens hem moet de agrarische sector een belangrijk onderdeel vormen van de economische diversificatie van Suriname.
Verder uitte hij kritiek op de rol van de Food and Agriculture Industries (FAI). Volgens Jogi moet een staatsbedrijf niet concurreren met lokale landbouwers door met gesubsidieerde middelen dezelfde producten op de markt te brengen. Hij stelde dat FAI zich vooral moet richten op productie, werkgelegenheid en exportbevordering.
Ook vroeg hij aandacht voor de toekomst van de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM). Jogi wilde weten hoe de regering de beschikbare middelen inzet om de luchtvaartmaatschappij structureel te versterken en welke concrete resultaten tot nu
Aan het slot van zijn bijdrage riep Jogi op tot de ontwikkeling van een nationaal opbouwplan waarin overheid, politieke partijen, maatschappelijke organisaties, vakbeweging en bedrijfsleven gezamenlijk vastleggen hoe Suriname de verwachte olie-inkomsten wil inzetten. Volgens hem moet zo’n plan richting geven aan investeringen, economische diversificatie, werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling, zodat de opbrengsten van olie en gas uiteindelijk ten goede komen aan alle Surinamers.
| suriname herald | Door: Redactie



































