• vrijdag 24 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Fiscale ringfencing bij O&G-contractors: eigen mening gaat niet boven de wet

Fiscale ringfencing bij O&G-contractors: eigen mening gaat niet boven de wet

| starnieuws | Door: Redactie

Roy Shyamnarain Ondanks de omhaal van veel (soms grote) woorden, het aanhalen van zaken die nauwelijks ter zake doen en het mij zelfs meerdere malen woorden in de mond proberen te leggen, is Siegfried Kenswil LLM er in zijn reactie op mijn reactie niet in geslaagd te weerleggen dat de nakoming van artikel 19 van de Petroleumwet ook doorwerkt in de fiscale behandeling van O&G-contractors. Want dat is de kern van mijn vorige reactie en die staat nog recht overeind.

De
essentie van artikel 19 van de Petroleumwet

Om goed te begrijpen wat in artikel 19 van de Petroleumwet staat, moet het in samenhang worden gelezen met de artikelen 1, sub b en g, 11 en 20 van de Petroleumwet. Dan wordt duidelijk dat de verplichting om in Suriname kantoor te houden en dit kantoor conform de wet te registreren uiteindelijk leidt tot belastingplicht van (het kantoor van) de contractor. Deze belastingplicht brengt met zich mee dat het belastbaar bedrag van (het kantoor van) de contractor wordt bepaald aan de hand van de opbrengsten minus de kosten die verband houden met het uitvoeren van werkzaamheden voortvloeiende uit een petroleumovereenkomst (PSC) door de contractor.

Artikel 19

1. Een contractor zal kantoor houden te Paramaribo, ten einde de werkzaamheden voortvloeiende uit een petroleumovereenkomst uit te voeren. 

2. Het kantoor dat ingevolge lid 1 is gevestigd, zal overeenkomstig de wettelijke bepalingen worden geregistreerd.


Artikel
20 van de Petroleumwet schrijft voor dat "gebieden waarop petroleumovereenkomsten betrekking hebben zoveel als mogelijk gedefinieerd zullen zijn in termen van genummerde blokken (..)". Hieruit volgt dat voor het vaststellen van het belastbaar bedrag van de contractor het gaat om opbrengsten en kosten die samenhangen met de uitvoering van werkzaamheden in één bepaald Block. De aftrek van kosten is daarmee wettelijk beperkt tot de kosten die samenhangen met werkzaamheden verricht in een bepaald Block, dat conform artikel 20 van de Petroleumwet in de PSC is gedefinieerd.

Artikel 11 van de Petroleumwet bepaalt dat de bepalingen van Hoofdstuk IV van de wet, waartoe onder andere ook de artikelen 19 en 20 behoren, op elke petroleumovereenkomst van toepassing zijn.

Verzuim schept geen rechten
In dit verband lijkt het mij nuttig om op te merken dat de verplichting van de contractor om kantoor te houden in Suriname een verplichting is die
op de contractor rust. Hij zal dus zelf ervoor moeten zorgen dat hij deze verplichting op een correcte manier nakomt. Dat Staatsolie, de Staat of de Belastingdienst, naar zeggen van Kenswil, tot nu toe geen actie heeft ondernomen tegen het niet of niet correct nakomen van deze verplichting, betekent echter niet dat deze verplichting daardoor is komen te vervallen of dat de contractor aan zijn verzuim rechten kan ontlenen. De contractor zal one way or another deze verplichting op een correcte manier moeten nakomen.

Meerdere opties voor "kantoor houden"
Uit ervaring binnen ons kantoor weet ik dat een contractor meerdere mogelijkheden heeft om in Suriname conform de wet kantoor te houden. Dat kan hij bijvoorbeeld doen door:

1. zelf een filiaal te registreren;


2. een lokale dochtermaatschappij op te richten en zijn verplichtingen uit de PSC, met inachtneming van artikel 16 van de Petroleumwet en artikel 44 van de

model-PSC, over te dragen aan deze dochtermaatschappij; die dochtermaatschappij laat zich op haar beurt in Suriname om als rechtsopvolger van de (oorspronkelijke) contractor de petroleumovereenkomst verder uit te voeren;


3. een buitenlandse dochtermaatschappij op te richten en zijn verplichtingen uit de PSC, met inachtneming van artikel 16 van de Petroleumwet en artikel 44 van de model-PSC, aan deze buitenlandse dochtermaatschappij over te dragen; die dochtermaatschappij laat op haar beurt een filiaal in Suriname registreren om als rechtsopvolger van de (oorspronkelijke) contractor de petroleumovereenkomst verder uit te voeren.

De keuze voor een van deze mogelijkheden hangt doorgaans af van de specifieke omstandigheden van de contractor.

Geen nieuw beleid en ook geen voortschrijdend inzicht
Artikel 19 van de Petroleumwet is duidelijk. Zo luidde het toen de PSC's zijn afgesloten en zo luidt het nu nog. Er is wat dat betreft dus geen sprake van nieuw beleid of voortschrijdend inzicht dat
indruist tegen bestaande PSC's. Ook contractors zijn zich hiervan bewust. Dat mag blijken uit onderstaande tekst van artikel 35.1 van de model-PSC (onderstreping RS).

35.1 Local Office and Legal Representative
Pursuant to Article 19 of the Petroleum Law of 1990, Contractor and/or Operator shall have a legal representative in Suriname and maintain an office in Suriname for the purpose of carrying out Contractor's responsibilities under this Contract. Any such office and/or representative(s) shall be registered as required by Applicable Law.

Ten slotte
De nakoming van artikel 19 van de Petroleumwet heeft als consequentie dat bij het bepalen van het belastbaar bedrag van een O&G contractor de aftrek van kosten beperkt blijft tot de kosten die verband houden met de uitvoering van de werkzaamheden in het gebied (Block) waarvoor deze conform artikel 19 van de Petroleumwet in Suriname kantoor moet houden. Als je dit nu fiscale ringfencing wilt noemen
of niet, so be it. Maar de wet is de wet en die is wat mij betreft hier duidelijk genoeg. Gelukkig bevestigt artikel 19.2.1 van de model-PSC dat ook contractors zich hiervan bewust zijn.

19.2.1 Income Tax
Each Contractor Party will be subject to the Income Tax Act of 1922 (Government Gazette of 1921 no. 112, as last amended by State Decree of 1995 no. 52) and the Petroleum Law of 1990 at the rate of 36% as referenced in the Petroleum Law of 1990. Subject to the preceding, the income tax calculation will take into account the following revenues and expenses:

Revenues:
(a) the value of each Contractor Party's share of Cost Oil and Profit Oil according to Article 15; and

(b) all other income of Contractor Party derived from Petroleum Operations properly included in gross income under Applicable Law, related to or as a consequence
of this Contract.

Expenses
:
(a) the value of each Contractor Party's share of expenditures which shall not be limited by the Cost Oil ceiling according to Article 14; and

(b) expenditures, related to or as a consequence of this Contract, by Contractor which are not eligible for Cost Recovery. These will be treated in accordance with the Income Tax Act of 1922.

Waarvoor is die hele heisa dan nodig geweest? Die vraag stellen is hem beantwoorden. Einde discussie!

Roy Shyamnarain
Fiscalist en juridisch adviseur te Paramaribo

| starnieuws | Door: Redactie