• maandag 05 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Twee woorden, meer niet 2.0

Column: Twee woorden, meer niet 2.0

| starnieuws | Door: Redactie

Een vervolg. Want soms komt een antwoord uit een hoek die je niet had verwacht.

Ik stuurde mijn column naar twee vrienden. De een woont in Sri Lanka, de ander in Afghanistan. De eerste had me ooit de foto's uit Badulla gestuurd. De tweede heb ik ook leren kennen tijdens een mediaproject in Beijing, China. We zijn in contact gebleven, maar gezien de hele situatie in zijn land, probeer ik hem steeds te stimuleren het beste uit zijn situatie te maken. 
/>
Ik verwachtte een knikje. Een "mooi geschreven" of een duimpje.

Dit is wat hij schreef:

"I'm glad you're doing well. When I received your article, I was watching a documentary about the relationship between humans and nature. In one part, it showed prisoners who, as part of a new program, have to take care of other living beings — for example, stroking a turtle and looking after it.


The program said that since they started this, the amount of violent fighting in the prison has dropped a lot. I wasn't very surprised. Caring about others is the first condition for happiness. This comes from one of the longest scientific studies ever done — the Harvard Study of Adult Development, which began in 1938.


After nearly 90 years of research, the scientists found that happiness is the main key to a healthy life, and caring for others is the main key

to happiness. The people who always looked after their loved ones scored the highest on happiness and life satisfaction in this study. Your big heart is a clear example of that. and thanks for sharing this."


Ik heb het een paar keer gelezen. En toen nog een keer.

Wat me het meest raakte, was niet het compliment. Het was de schildpad.

Een gevangene die een schildpad aait. Meer niet. En sinds ze dat doen, is het geweld in de gevangenis gedaald. Niet omdat er strenger wordt gestraft. Niet omdat er een nieuw reglement is. Maar omdat er iets is om voor te zorgen. Iets kleins. Iets kwetsbaars. Iets dat niets terugvraagt.


Ik moest denken aan wat ik schreef. Dat caring begint met zien. Echt zien. En dat sharing de volgende stap is. De moeite. Het kaartje. Het appje. Het gebed dat je niet uitspreekt.

Mijn vriend laat zien

hoe dat er in de praktijk uitziet. Hij zit in Afghanistan, waar zorg voor anderen niet vanzelfsprekend is, waar delen soms gevaarlijk is, en hij kijkt naar een documentaire over een schildpad in een gevangenis. En hij denkt aan mij. Hij deelt het met mij. Niet omdat het moet, maar omdat hij beseft dat liefde pas echt wordt wanneer ze deelt.


En dan die Harvard-studie. Ik heb hem opgezocht. Niet omdat ik zijn woorden niet geloofde, maar omdat ik wilde weten wat daar nu eigenlijk gebeurde. In 1938 begonnen onderzoekers in Boston met het volgen van een groep mannen. Ze volgden hen decennialang. Daarna hun vrouwen. Daarna hun kinderen. Het werd een van de langste studies ooit naar wat een mens gelukkig en gezond houdt. Generaties gingen erdoorheen, en telkens kwamen dezelfde vragen terug: hoe gaat het met je? Met wie deel je je leven? Voor wie zorg je?


En het antwoord dat

steeds bovendrong, was niet roem, niet geld, niet succes. Het was verbinding. Mensen die voor anderen zorgden, leefden langer, waren gezonder, voelden zich gelukkiger. Niet omdat ze het goede deden, maar omdat het goede hen droeg.


Ik denk aan de mensen die ver weg zijn en die ik juist wél steeds een appje stuur. Die ik vraag hoe het gaat. Die in mijn gedachten en gebeden blijven, ook als er dagen of weken geen antwoord komt. Ik denk niet aan wat ik nalaat. Ik denk aan wat ik blijf doen. Aan het appje dat ik stuur, ook als het onhandig uitkomt. Aan het gebed dat ik opzeg, ook als ik niet weet of het aankomt.

Caring voelt dan als een warme deken die ik blijf uitstrekken, ook als de ander hem even niet oppakt. Sharing als iets wat ik blijf doen, ook als het antwoord uitblijft.

En dan schrijft
hij: Your big heart is a clear example of that.

Ik weet niet of ik dat kan aannemen. Maar ik weet wel dat hij het meent. En dat hij het schrijft vanuit een land waar woorden als deze niet vanzelfsprekend zijn. Dat geeft ze gewicht.

De schildpad in de gevangenis. Ik kan het beeld niet loslaten. Een dier dat niets vraagt, niets eist, alleen maar bestaat. En een mens die ervoor mag zorgen. Iemand die misschien jarenlang alleen maar aan zichzelf heeft moeten denken, aan overleven, aan niet omvallen. En die dan ineens iets anders krijgt om voor te zorgen.

En het geweld neemt af.

Als dat in een gevangenis werkt, waarom dan niet in een buurt? In een familie? In een land?

Ik denk aan mijn vriend in Sri Lanka, die me de foto's van de tempel in Badulla stuurde. Aan mijn vriend in
Afghanistan, die me een documentaire over een schildpad stuurt. Aan de mensen die ik mis en die ik blijf appen, ook als het antwoord uitblijft.

Zij laten me zien dat het anders kan. De een stuurt een foto van een tempel. De ander een verhaal over een schildpad. Allebei zeggen ze hetzelfde: ik dacht aan je. Ik deel het met je. Niet omdat het moet. Omdat het kan.

En dat is genoeg. Twee woorden. Meer niet.

Ik weet niet of de gevangene die de schildpad aait ooit zal weten dat zijn gebaar via een documentaire, via een brief uit Afghanistan, via een column in Suriname, bij mij terechtkwam. Waarschijnlijk niet. Maar dat geeft niet.

Sommige dingen hoef je niet te weten. Je hoeft alleen te blijven doen wat je doet. De deken uitstrekken. Het appje sturen. De schildpad aaien.


Indra Toelsie

| starnieuws | Door: Redactie