• dinsdag 06 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Een leider moet durven kiezen

Column: Een leider moet durven kiezen

| starnieuws | Door: Redactie

President Jennifer Simons spreekt de jaarrede uit.

President Jennifer Simons heeft haar Jaarrede gepresenteerd. Een lange opsomming van plannen, beleidsvoornemens, cijfers en ambities. Zoveel zelfs dat je door de bomen het tropische bos bijna niet meer ziet - het bos waar wij als Surinamers zo trots op zijn. Jaarredes staan traditioneel bol van goede voornemens. Er wordt aangekondigd, geraamd en beloofd. Een jaar later blijkt een deel niet uitgevoerd, zijn deadlines verschoven en pakken cijfers anders uit dan verwacht.


Daarom is voor

mij een andere vraag veel belangrijker: wat verlangen wij werkelijk van een leider? Niet dat die honderd plannen presenteert. Niet dat die iedereen tevreden houdt. Dat laatste is zelfs onmogelijk. Suriname wordt bestuurd door een coalitie van zes partijen. Iedere partij heeft haar eigen achterban, belangen en politieke agenda. Zelfs binnen de partijen staan de neuzen niet altijd in dezelfde richting. President Simons zal daarom voortdurend moeten kiezen tussen botsende belangen. En juist daar begint leiderschap.


Een leider toont haar werkelijke kwaliteit niet wanneer iedereen het met haar eens is, maar wanneer zij moet kiezen. Tussen het belang van een ondernemer en dat van honderden kleine producenten. Tussen een politieke vriend en de wet. Tussen snel geld verdienen en het beschermen van onze natuur. Tussen het tevreden houden van een coalitiepartner en het algemeen belang. President Simons heeft vanaf haar aantreden gezegd dat zij het beste wil voor het volk. Zij

heeft ordening van de goudsector beloofd en zich uitgesproken tegen vernietiging van het bos en het milieu. Dat zijn belangrijke voornemens. Maar de werkelijke test komt wanneer machtige personen en groepen door die ordening in hun belangen worden geraakt. Durft zij dan nog steeds te kiezen voor Suriname?


Ronnie Brunswijk, een van de belangrijkste coalitiepartners, noemt zichzelf een visionaire leider die ver in de toekomst kan kijken. Maar bij iedere leider die zo'n uitspraak doet, hoort de vraag: welke toekomst ziet hij? Die van het land en zijn bevolking, of vooral die van de eigen politieke groep en de mensen om hem heen? Die vraag geldt niet alleen voor Brunswijk. Zij geldt voor iedere politicus die leiding wil geven aan dit land.


Suriname bezit een rijkdom waarvan veel landen alleen kunnen dromen. Goud, olie, water, vruchtbare landbouwgrond en een enorm bladerdak dat een groot deel van ons land bedekt. En

dat alles voor een bevolking van rond de 600.000 mensen. Dan is het eigenlijk onverteerbaar dat zoveel Surinamers dagelijks moeten worstelen om rond te komen. Landen als China en India hebben laten zien dat economische ontwikkeling uiteindelijk pas betekenis krijgt wanneer grote groepen mensen daadwerkelijk vooruitgaan. Suriname hoeft hun modellen niet te kopiëren. Onze samenleving is totaal anders. Maar één les is duidelijk: ontwikkeling die de gewone burger niet bereikt, is voor die burger geen ontwikkeling.


In de vorige regeerperiode is zwaar ingezet op economische hervormingen. Er moest worden gesaneerd en de economie moest worden gestabiliseerd. Maar terwijl macro-economische cijfers kunnen verbeteren, zijn veel gezinnen tegelijkertijd verdronken in hogere prijzen en lasten. Daarom moet het nu anders. Niet door geld uit te delen en mensen afhankelijk te houden van pakketten, gunsten of politieke vrienden. Een regering moet mogelijkheden creëren waardoor mensen hun eigen kracht en talenten kunnen benutten: goed onderwijs,

behoorlijke gezondheidszorg, betaalbare energie, kansen voor boeren en ondernemers, toegang tot grond en krediet en vooral een overheid die iedereen gelijk behandelt.


Een volk hoeft niet voortdurend gedragen te worden. Geef mensen de mogelijkheid om op eigen benen te staan. Misschien is dat de belangrijkste opdracht voor president Simons. Niet om alle zes coalitiepartijen tevreden te houden. Niet om iedere belangengroep tegemoet te komen. En ook niet om straks te kunnen zeggen dat zoveel procent van de Jaarrede is uitgevoerd. Haar leiderschap zal vooral worden beoordeeld op de momenten waarop zij moest kiezen.


Kan zij, wanneer politieke, persoonlijke en economische belangen botsen met het algemeen belang, zeggen: dit is goed voor Suriname, daarom doen we het? En belangrijker nog: kan zij, wanneer het nodig is, zeggen: dit is slecht voor Suriname, dus doen we het niet - ongeacht wie er tegenover haar staat of wie haar heeft geholpen om de

eerste burger van het land te worden? Als zij dat kan en geen ‘puppet on a string’ wordt, hebben wij misschien minder behoefte aan lange jaarredes vol plannen. Dan hebben wij leiderschap.


Nita Ramcharan

| starnieuws | Door: Redactie