• donderdag 30 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
CCJ wijst beroep Mohameds af, uitleveringszaak aan VS kan worden hervat

CCJ wijst beroep Mohameds af, uitleveringszaak aan VS kan worden hervat

| suriname herald | Door: Redactie

Het Caribisch Hof van Justitie (CCJ) heeft het beroep van de Guyanese oppositieleider Azruddin Mohamed en zijn vader Nazar Mohamed afgewezen. Door de uitspraak kunnen de uitleveringsprocedures die de Verenigde Staten tegen beiden hebben aangevraagd, na een onderbreking van vier maanden worden hervat.

Het CCJ bekrachtigde woensdag de eerdere uitspraken van het Guyanese Hooggerechtshof en het Hof van Beroep. Het regionale hof oordeelde dat de minister van Binnenlandse Zaken binnen de bevoegdheden van de Fugitive Offenders Act handelde toen toestemming werd gegeven om de uitleveringsprocedure te beginnen.

Besluit minister was administratieve stap Rechter Denys Barrow stelde in het leidende vonnis, dat mede namens CCJ-president Winston Anderson werd uitgesproken, dat het besluit van de minister slechts een administratieve stap was om de procedure in gang te zetten.

Met de zogenoemde Authority to Proceed wordt niet bepaald of de beschuldigingen tegen de Mohameds bewezen zijn of dat zij daadwerkelijk aan de Verenigde

Staten moeten worden uitgeleverd. Die beslissingen moeten onafhankelijk worden genomen door de magistraat die de uitleveringszaak behandelt.

Het CCJ heeft daarmee ook de tijdelijke opschorting opgeheven die in maart was uitgesproken. De behandeling van de zaak kan nu worden voortgezet bij de rechtbank in Georgetown.

Verenigde Staten verdenken vader en zoon De Verenigde Staten willen de vader en zoon vervolgen op basis van een aanklacht die uit elf punten bestaat. Zij worden onder meer verdacht van samenzwering, post- en telecommunicatiefraude en het witwassen van geld.

De vermeende strafbare feiten hielden verband met de activiteiten van Mohamed’s Enterprise, een Guyanese groothandelaar en exporteur van goud. Nazar Mohamed bezat volgens de aanklacht 90 procent van het bedrijf en Azruddin Mohamed 10 procent. De onderneming verkocht voornamelijk goud aan afnemers in Miami en Dubai.

De Guyanese regering voerde tijdens de rechtszaak aan dat de Amerikaanse beschuldigingen betrekking hebben op vermeende strafbare handelingen tussen

2017 en juni 2024. Deze periode ligt vóór de politieke loopbaan van Azruddin Mohamed.

De Mohameds betoogden dat de beslissing om de uitleveringsprocedure te starten ongeldig was. Volgens hen was sprake van de schijn van vooringenomenheid vanwege openbare uitspraken van procureur-generaal Anil Nandlall en minister van Binnenlandse Zaken Oneidge Walrond.

Hun advocaten stelden dat een redelijk en geïnformeerd persoon uit die uitspraken zou kunnen concluderen dat vooraf al was besloten om met het Amerikaanse uitleveringsverzoek door te gaan.

Het CCJ ging niet mee in dat standpunt. Volgens het hof hoefde de minister de inhoud van de Amerikaanse beschuldigingen niet te beoordelen. Ook hoefde zij niet vast te stellen of de vader en zoon uiteindelijk moesten worden uitgeleverd. Haar taak beperkte zich tot het controleren of aan de wettelijke voorwaarden was voldaan om de zaak aan de rechter voor te leggen.

De advocaten van de Guyanese regering voerden aan dat het

uitleveringsverzoek volledig afkomstig was van de Amerikaanse autoriteiten. Ook het Amerikaanse onderzoek, eerder opgelegde sancties en de samenwerking tussen Guyana en de Verenigde Staten waren volgens hen begonnen voordat Azruddin Mohamed de politiek inging.

De regering stelde daarnaast dat het standpunt van de Mohameds een gevaarlijk precedent zou kunnen scheppen. Personen die met uitlevering worden bedreigd, zouden een procedure mogelijk kunnen bemoeilijken door een politieke functie te aanvaarden. Dat zou Guyana kunnen verhinderen zijn internationale verdragsverplichtingen na te komen.

De zaak keert nu terug naar de rechtbank in Georgetown. Daar waren de uitleveringszittingen sinds maart op bevel van het CCJ stilgelegd. De magistraat moet beoordelen of er voldoende juridische gronden bestaan om de uitleveringsprocedure tegen Azruddin en Nazar Mohamed voort te zetten.

| suriname herald | Door: Redactie