
Bestuurlijke continuïteit en het wettelijk kader bij de TAS
| starnieuws | Door: Redactie
De recente gebeurtenissen rond de leiding van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) brengen fundamentele vragen met zich mee over het functioneren van de rechtsstaat en de werking van zelfstandige bestuursorganen. Een conflict over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een directeur mag de operationele voortgang van een nationale toezichthouder niet verstoren. Een zorgvuldige toepassing van de toepasselijke wetgeving is bepalend voor het behoud van bestuurlijke rust en de rechtszekerheid van alle betrokken partijen.
Een bestuursorgaan sui generis, zoals de Telecommunicatie Autoriteit Suriname, ontleent al
De opvatting dat een bestuursbevoegdheid stilzwijgend kan doorlopen zonder een nieuw benoemingsbesluit, verdraagt zich niet met de uitgangspunten van het bestuursrecht. Het vervallen van een benoemingstermijn treedt in door het enkele tijdsverloop. Een expliciete intrekking of een afzonderlijk besluit van de bevoegde autoriteit is voor het eindigen van deze bevoegdheid geen vereiste. De wetgever heeft dit mechanisme bewust ingebouwd om de tijdelijkheid van bestuurlijke mandaten te waarborgen.
Op het
Ook vanuit verbintenisrechtelijk perspectief leidt een inhoudelijke toetsing aan het Surinaams Burgerlijk Wetboek (inclusief het Nieuw Burgerlijk Wetboek) tot dezelfde conclusie. Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt na het verstrijken van de overeengekomen periode. Verlenging van de rechtsbetrekking kan uitsluitend plaatsvinden wanneer beide partijen daartoe hun wil uiten. Indien de opdrachtgever of de toezichthouder tijdig aangeeft geen voortzetting te wensen, is stilzwijgende verlenging uitgesloten.
Een professioneel bestuur van een overheidsinstantie vereist dat de grenzen van de wet strikt in acht worden genomen. Transparantie en rechtsstatelijkheid zijn immers gebaat bij besluiten die berusten op een onbetwistbare wettelijke grondslag. Het strikt volgen van de geldende wet- en regelgeving biedt het enige duurzame kader om institutionele conflicten op te lossen en het openbaar belang van een goed werkende telecommunicatiesector te waarborgen.
Mr. Floyd F. Guillard
Een bestuursorgaan sui generis, zoals de Telecommunicatie Autoriteit Suriname, ontleent al
zijn bevoegdheden rechtstreeks aan de formele wetgever. Het Staatsbesluit nr. 32 van 26 maart 1998 en de Wet Telecommunicatievoorzieningen vormen samen het exclusieve juridische fundament voor de organisatie. In artikel 2, lid 2, van de Wet Telecommunicatievoorzieningen is de benoemingstermijn van de directeur wettelijk vastgelegd op een periode van vijf jaar. Deze tijdsduur is gekoppeld aan de publiekrechtelijke functie. Zodra deze termijn verstrijkt, vervalt het wettelijke mandaat om de organisatie te besturen en rechtshandelingen te verrichten namens de entiteit.
De opvatting dat een bestuursbevoegdheid stilzwijgend kan doorlopen zonder een nieuw benoemingsbesluit, verdraagt zich niet met de uitgangspunten van het bestuursrecht. Het vervallen van een benoemingstermijn treedt in door het enkele tijdsverloop. Een expliciete intrekking of een afzonderlijk besluit van de bevoegde autoriteit is voor het eindigen van deze bevoegdheid geen vereiste. De wetgever heeft dit mechanisme bewust ingebouwd om de tijdelijkheid van bestuurlijke mandaten te waarborgen.
Op het
moment dat een directeur niet langer bevoegd is en er geen opvolger is benoemd, ontstaat er een vacature in het bestuur. Om de continuïteit van het overheidsoptreden te garanderen, voorziet de wetgeving in specifieke opvangvoorzieningen. Artikel 4, lid 2, van de Wet Telecommunicatievoorzieningen wijst de Raad van Commissarissen aan om in een situatie van belet of ontstentenis de bestuursverantwoordelijkheid op zich te nemen. Deze wettelijke toewijzing voorkomt een bestuurlijk vacuüm en zorgt ervoor dat de toezichthoudende taken op het gebied van telecommunicatie doorgang kunnen vinden.
Ook vanuit verbintenisrechtelijk perspectief leidt een inhoudelijke toetsing aan het Surinaams Burgerlijk Wetboek (inclusief het Nieuw Burgerlijk Wetboek) tot dezelfde conclusie. Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt na het verstrijken van de overeengekomen periode. Verlenging van de rechtsbetrekking kan uitsluitend plaatsvinden wanneer beide partijen daartoe hun wil uiten. Indien de opdrachtgever of de toezichthouder tijdig aangeeft geen voortzetting te wensen, is stilzwijgende verlenging uitgesloten.
Eventuele aanspraken op het gebied van de rechtspositie kunnen in een civiele procedure aan de orde komen, maar zij herstellen geen publiekrechtelijke bestuursbevoegdheid die wettelijk is vervallen.
Een professioneel bestuur van een overheidsinstantie vereist dat de grenzen van de wet strikt in acht worden genomen. Transparantie en rechtsstatelijkheid zijn immers gebaat bij besluiten die berusten op een onbetwistbare wettelijke grondslag. Het strikt volgen van de geldende wet- en regelgeving biedt het enige duurzame kader om institutionele conflicten op te lossen en het openbaar belang van een goed werkende telecommunicatiesector te waarborgen.
Mr. Floyd F. Guillard
| starnieuws | Door: Redactie



































