
Bemoeienis vanuit Kabinet van de President niet gewenst bij planning
| suriname herald | Door: Redactie
Als er planmatig gewerkt moet worden, is bemoeienis vanuit het Kabinet van de President niet gewenst en niet bevorderlijk. Dit fenomeen is al jaren zichtbaar en zet zich voort onder het huidige kabinet. Ministers hebben geklaagd dat vanuit het Kabinet van de President beleid wordt gedelegeerd en bepaald. Dit zei Jennifer Vreedzaam (NDP) tijdens de behandeling van de begroting voor het dienstjaar 2026.
Volgens haar is gedelegeerd beleid geen managementinstrument, maar eerder een belemmering voor een goede planning. Zij stelt dat het begrotingsproces een belangrijke rol vervult in de economie en ziet graag dat dit zo blijft. Beleidsdoelen, gekoppeld aan een verstandige financiële planning, zijn volgens haar een vereiste.
Zij hamert erop dat er geen ad-hocbeleid en geen delegatie van beleid vanuit het Kabinet van de President moet plaatsvinden. Het gevolg daarvan is volgens haar veel verwarring in de beleidsuitvoering. Druk en dominantie kunnen volgens Vreedzaam niet als beleid
De NDP’er verwijst naar de artikelen 120, 121 en 122 van de Grondwet met betrekking tot de taakstelling van de Raad van Ministers. Nergens staat volgens haar dat vanuit het Kabinet van de President beleid moet worden gedelegeerd. Het kabinet zou zich daarom moeten concentreren op beleidscoördinatie en het houden van regeringsvergaderingen conform de Grondwet. Volgens Vreedzaam is dit een vorm van middeleeuws denken en een foutieve instelling.
Met betrekking tot het vaststellen van de begroting stelt zij dat de benodigde data afkomstig moeten zijn van de ministeries. Zij merkt echter op dat deze gegevens niet altijd beschikbaar zijn, waardoor het moeilijk is om het beleid te toetsen. Ze vraagt zich af hoe ministers aan bedragen voor de begroting komen als de benodigde data niet voorhanden zijn. Ook kunnen er volgens haar geen
| suriname herald | Door: Redactie




































