
Van goede overheidsregels naar betere resultaten
| starnieuws | Door: Redactie
In mijn eerdere artikelen voor Starnieuws schreef ik onder meer over leiderschapskwaliteiten, monitoring, de rol van ministers en uitvoerders, reorganisatie, digitalisering en de noodzaak van goed bestuur aan de top. Steeds kwam daarbij dezelfde vraag terug: wat gebeurt er in de praktijk met wat we formeel hebben geregeld? Want een goede wet of procedure is nog geen garantie voor goed bestuur.
De regel is duidelijk, maar…
Stel: de overheid bepaalt dat een directeur wordt benoemd op
Wat gebeurt er tussen regel en resultaat?
Een politieke benoeming leidt niet automatisch tot slecht bestuur. Maar zo'n benoeming kan wel een afhankelijkheidsrelatie creëren. Daardoor kunnen medewerkers gaan anticiperen: ze proberen in te schatten wat de leiding graag wil horen. Vervolgens kan terughoudendheid ontstaan. Als meerdere mensen zich zo opstellen, krijgt een bestuurder misschien vooral bevestiging in plaats van
Neem bijvoorbeeld overheidsaanbestedingen. De overheid beschikt over formele regels en procedures voor het verloop van aanbestedingen. De Rekenkamer heeft in Suriname onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van aanbestedingen bij het Directoraat Civieltechnische Werken. Daarbij is onder meer gekeken naar de naleving van de geldende aanbestedingsregels.
Maar daarmee is een interessante vervolgvraag nog niet beantwoord. Het gaat niet alleen om: “Is de procedure gevolgd?” Maar ook om: “Waarom werkt de procedure in de praktijk zoals zij werkt?”
Dit zijn vragen
Iedere organisatie kent formele én informele regels. Een nieuwe medewerker krijgt een functieomschrijving, maar leert al snel ook: “Zo doen we dat hier.” Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Informele samenwerking kan een organisatie juist sneller en praktischer maken. Maar het kan ook anders uitpakken. Iemand kan bijvoorbeeld leren dat bepaalde onderwerpen beter niet kunnen worden aangesneden, dat sommige personen gemakkelijker toegang krijgen of dat een formele procedure in werkelijkheid vooral op papier bestaat.
Wanneer zulke patronen jarenlang worden herhaald, kunnen ze onderdeel worden van de organisatiecultuur. Een incidentele afwijking kan dan langzaam een normale werkwijze worden.
Daarom moeten we bij het versterken van governance niet alleen zoeken naar overtredingen, schuldigen of nieuwe regels. De interessantere vraag is: welke mechanismen zorgen ervoor dat onze instituties goed functioneren — en welke zorgen ervoor
Dit zijn vragen over institutionele mechanismen.
Wie de kwaliteit van de Surinaamse overheid verder wil versterken, moet daarom verder kijken dan reorganisaties, nieuwe procedures en nieuwe regelgeving. De kernvraag is uiteindelijk: werken onze instituties in de praktijk zoals wij ze op papier hebben bedoeld?
Daarbij kunnen monitoring, digitalisering, reorganisatie en goed leiderschap — onderwerpen waarover ik eerder schreef — alleen echt effectief zijn als we ook de onderliggende institutionele mechanismen begrijpen.
En misschien is dat wel de belangrijkste eyeopener:
Tussen een goede regel en een goed resultaat zit een wereld die we veel beter moeten leren begrijpen.
Drs. Ing. Stanley Tilak
Organisatie- en beleidsadviseur| starnieuws | Door: Redactie




































