
Na 225 leningen en miljarden aan schuld onder de NDP: waar is de ontwikkeling die het Surinaamse volk ervoor heeft teruggekregen?
| surinamevandaag | Door: Redactie
Tien jaar lang kreeg Suriname onder president Desi Bouterse te horen dat het land in ontwikkeling was. Er werd gesproken over grote plannen, vooruitgang, nationale trots en een betere toekomst. Intussen werd er vooral geleend. Niet één keer, niet tientallen keren, maar volgens het officiële Herstelplan stonden er na het vertrek van de regering-Bouterse 225 leningen open die tussen 2010 en juli 2020 waren afgesloten: 169 in vreemde valuta en 56 in Surinaamse dollars.
Dat zijn gemiddeld bijna twee nieuwe leningen per maand, tien jaar lang. Een regering die op zo’n schaal geld aantrekt, moet na een decennium een indrukwekkende erfenis kunnen tonen. Moderne ziekenhuizen, betrouwbare infrastructuur, winstgevende productiebedrijven, duizenden woningen, betere scholen, goed openbaar vervoer en een economie die voldoende geld verdient om de schulden terug te betalen.
Maar waar staat dat nieuwe Suriname?
Waar zijn de
Een lening is geen cadeautje en evenmin gratis geld waarmee een regering haar populariteit kan kopen. Lenen heeft alleen zin wanneer het geld doelgericht wordt geïnvesteerd en in de toekomst méér oplevert dan rente en aflossing kosten. Wie leent zonder voldoende rendement te creëren, schuift simpelweg de rekening door naar kinderen en kleinkinderen.
Van schuldenlast naar schuldenrampDe harde cijfers laten zien hoe dramatisch de financiële positie van Suriname verslechterde. Het Internationaal Monetair Fonds stelde vast dat de overheidsschuld eind 2020 was opgelopen tot ongeveer 148 procent van het bruto binnenlands product. De buitenlandse overheidsschuld alleen bedroeg circa 94 procent van het bbp en
Dat is geen administratief schoonheidsfoutje. Dat is het financiële resultaat van jarenlang meer uitgeven dan er binnenkwam, gecombineerd met omvangrijke tekorten en een steeds grotere afhankelijkheid van schuldeisers.
Volgens het IMF namen de overheidsuitgaven in 2019, vlak voor de verkiezingen van 2020, sterk toe. Tegelijkertijd liepen de begrotingstekorten verder op. De groei van de schuld werd in 2020 bovendien verergerd door de koersdaling en de economische krimp.
De coronacrisis heeft de situatie ongetwijfeld zwaarder gemaakt, maar zij kan niet als excuus dienen voor een schuldenberg die al jaren daarvoor was opgebouwd. De enorme sprong in de schuld begon niet in maart 2020. De cijfers tonen een duidelijke stijgende lijn, vooral vanaf het midden van het vorige decennium.
US$ 550 miljoenEen van de meest beruchte voorbeelden is de internationale obligatielening van US$ 550 miljoen die Suriname in 2016 uitgaf. Daarover moest jaarlijks 9,25 procent rente worden betaald. Alleen de rente kwam daarmee neer op ruim US$ 50 miljoen per jaar, zonder dat er ook maar één dollar van de hoofdsom was afgelost.
De begeleidende banken en financiële instellingen ontvingen bovendien ongeveer US$ 9 miljoen aan kosten voor het opzetten en plaatsen van deze lening.
Een overheid die tegen zulke hoge rente honderden miljoenen dollars leent, moet glashelder kunnen aantonen welke investeringen met dat geld zijn gedaan en hoeveel rendement die hebben opgeleverd. Iedere winkelier, ondernemer of burger die tegen hoge rente geld leent, begrijpt dat de investering meer moet verdienen dan de lening kost. Anders volgt vroeg of laat het faillissement.
Bij
In 2019 volgde een tweede internationale obligatielening van US$ 125 miljoen. Dat geld werd niet aangetrokken om een nieuwe exportsector, moderne haven of winstgevend staatsbedrijf op te bouwen, maar onder meer om openstaande elektriciteitsverplichtingen aan Suralco af te handelen.
Dat is het pijnlijke verschil tussen productief en consumptief lenen. Wie geld leent voor een project dat jarenlang inkomsten genereert, kan daarmee de lening terugbetalen. Wie nieuw geld leent om oude rekeningen en tekorten te betalen, koopt slechts tijd en maakt het probleem groter.
Zo werd lenen steeds minder een instrument voor ontwikkeling en steeds meer een middel om gaten te dichten.
De bevolking kreegToen de regering-Bouterse in 2020 vertrok, liet zij geen financieel gezond land met een sterke productiecapaciteit achter. Suriname kwam terecht in een zware schuldencrisis, kon zijn internationale verplichtingen niet meer normaal nakomen en moest overgaan tot herstructurering.
De bevolking kreeg vervolgens te maken met de gevolgen: koersdruk, koopkrachtverlies, hogere prijzen, bezuinigingen en zware herstelmaatregelen. De mensen die nooit toestemming hadden gegeven om namens hen honderden miljoenen dollars tegen hoge rente te lenen, werden uiteindelijk wel geacht de rekening te betalen.
Dat maakt de politieke verantwoordelijkheid des te groter. Jennifer Simons was gedurende de regeringsperiode van Bouterse voorzitter van De Nationale Assemblée. Het parlement had juist de taak de regering te controleren, kritische vragen te stellen en erop toe te zien dat leningen verantwoord werden afgesloten en besteed.
Nu Simons zelf president is
Wie werkelijk het systeem wil veranderen, begint daarom niet met nieuwe slogans, maar met volledige openheid.
Publiceer per lening hoeveel werd geleend, bij wie, tegen welke rente en onder welke voorwaarden. Maak duidelijk waar iedere dollar en iedere SRD aan is besteed. Toon welke projecten zijn afgerond, welke inkomsten zij opleveren en welke leningen hoofdzakelijk zijn gebruikt om begrotingstekorten, subsidies en oude schulden te financieren.
Niet vragen wie leende, maar wat ermee is opgebouwdNDP’ers wijzen graag op zichtbare
De echte vraag is of de resultaten in verhouding staan tot 225 leningen en een schuld van miljarden dollars.
Bij zo’n gigantische financiële operatie volstaat het niet om enkele projecten op te sommen. Er moet worden aangetoond dat de investeringen voldoende economische waarde hebben gecreëerd om rente en aflossing te dragen. Juist dat bewijs ontbreekt in het publieke debat.
Na tien jaar lenen had Suriname financieel sterker moeten zijn, niet vrijwel bankroet. De exportcapaciteit had groter moeten zijn, de staatsbedrijven gezonder en de infrastructuur aantoonbaar beter. De schuld had zichzelf moeten terugverdienen.
In plaats daarvan liet de regering-Bouterse een land achter dat opnieuw bij internationale instellingen moest aankloppen om zijn
Met de verwachte olie-inkomsten krijgt Suriname opnieuw toegang tot bedragen waar eerdere regeringen slechts van konden dromen. Dat biedt een historische kans, maar ook een enorm gevaar. Zonder harde regels, transparantie en controle kunnen ook de oliemiljarden verdwijnen zonder dat de bevolking duurzaam rijker wordt.
President Simons moet daarom niet alleen uitleggen wat zij in de toekomst anders wil doen. Zij moet ook duidelijk maken welke lessen zij heeft getrokken uit de periode waarin onder haar voorzitterschap honderden leningen werden afgesloten.
Want veranderen betekent niet dat dezelfde bestuurders met een nieuwe slogan opnieuw over miljarden mogen beschikken. Veranderen betekent dat iedere cent wordt verantwoord, iedere lening aantoonbaar rendement moet opleveren en bestuurders persoonlijk en politiek worden afgerekend wanneer publieke middelen worden verspild.
Na 225 leningen, tien jaar macht en miljarden aan schuld: waar is de ontwikkeling die het Surinaamse volk ervoor heeft teruggekregen?
| surinamevandaag | Door: Redactie




































