
Kowlesar vangt bot bij rechter in zaak grondhuur proeftuin La Poule
| starnieuws | Door: Redactie
Kamlawatie Kowlesar heeft bij de kantonrechter geen succes geboekt in haar poging om de vervallenverklaring van haar grondhuur op een deel van de proeftuin La Poule in Saramacca voorlopig buiten werking te laten stellen. De rechter heeft haar niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een spoedeisend belang voor behandeling in kort geding. Over de rechtmatigheid van het intrekken van de grondhuur heeft de rechter zich daardoor niet inhoudelijk uitgesproken.
Het vonnis is in augustus gewezen in
De uitgifte kwam echter kort daarna ter discussie te staan. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) meldde aan de president dat er ernstige aanwijzingen waren dat een deel van de proeftuin La Poule onrechtmatig was uitgegeven. Volgens LVV werd het terrein gebruikt voor agrarisch onderzoek. De toewijzingsbeschikking werd vervolgens bij presidentieel besluit voor zes maanden geschorst. Daarbij
In maart van dit jaar werd de grondhuur uiteindelijk vervallen verklaard. Uit onderzoek van de Landmeetkundige Dienst was volgens de beschikking gebleken dat het uitgegeven perceel deel uitmaakt van de proeftuin van LVV. Ook zou het advies van de Dienst Grondinspectie waarop de bereidverklaring mede was gebaseerd, betrekking hebben gehad op een ander perceel en een andere aanvrager. Voor de aanvraag van Kowlesar zou geen grondinspectierapport zijn opgesteld.
Kowlesar was het daarmee niet eens. Zij voerde bij de rechter aan dat de vervallenverklaring in strijd is met de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij stelde dat het terrein niet als proeftuin werd gebruikt en dat er geen bijenteelt plaatsvond. Volgens haar had zij na de verkrijging van de grondhuur geld geleend om het terrein te ontbossen en landbouwactiviteiten te beginnen.
Op
De Staat stelde daartegenover dat het perceel onderdeel is van de LVV-proeftuin en dat daar sinds 2024 bijenteelt plaatsvindt. LVV zou bovendien van plan zijn op het betreffende gedeelte een verwerkingsunit te bouwen. De kantonrechter kwam echter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van deze tegenover elkaar staande standpunten. Volgens de rechter is het belang dat Kowlesar aanvoert hoofdzakelijk van vermogensrechtelijke aard. Voor het vaststellen van eventuele schade en een mogelijke schadevergoeding is nader onderzoek nodig, waarvoor een kort geding zich niet leent. Een dergelijke vordering kan volgens het vonnis in een bodemprocedure worden behandeld.
Ook
| starnieuws | Door: Redactie




































