
Jarbandhan: ontbreken slotrekeningen ondermijnt parlementaire controle op begroting 2026
| chronostimes | Door: Redactie
Tijdens de begrotingsbehandeling 2026 in De Nationale Assemblee heeft DNA-lid Ameerani Jarbandhan scherpe kritiek geuit op het uitblijven van tijdige verantwoording over eerder goedgekeurde begrotingen. Volgens haar kan het parlement zijn controlerende taak nauwelijks uitvoeren omdat cruciale informatie over de uitvoering van de begrotingen 2024 en 2025 ontbreekt.
Jarbandhan stelde dat een begroting niet alleen een financiële vertaling van beleid is, maar ook een toetsbaar instrument moet zijn. Zij gaf aan dat volksvertegenwoordigers moeten kunnen nagaan wat er met eerder goedgekeurde beleidsvoornemens is gebeurd, wat wel en niet is gerealiseerd en vooral waarom bepaalde doelen niet zijn gehaald. Zonder die evaluatie, zo betoogde zij, wordt de behandeling van nieuwe begrotingen een oefening zonder stevig fundament.
De parlementariër wees in dit verband op de grondwettelijke verplichting conform artikel 156 lid 5a, waarin is vastgelegd dat voor elk dienstjaar een slotrekening als wet
Zij waarschuwde dat het ontbreken van deze verantwoording het risico vergroot op een zwakke parlementaire controle en een situatie waarin het parlement feitelijk fungeert als “rubberstempel”. Dat zou volgens haar niet alleen de democratische controle ondermijnen, maar ook het vertrouwen van de samenleving in de politiek verder aantasten.
Jarbandhan stelde verder dat zij heeft kunnen achterhalen dat de laatste goedgekeurde slotrekening dateert uit 2005, met betrekking tot het dienstjaar 2000. Dit zou betekenen dat al meer dan twee decennia nauwelijks structurele verantwoording via slotrekeningen heeft plaatsgevonden.
Ook uitte zij zorgen over de impact van begrotingstekorten en de wijze waarop deze worden gefinancierd. Volgens haar blijft dit aspect buiten het zicht van het
Daarnaast vroeg zij zich af of het ontbreken van slotrekeningen betekent dat ook over het dienstjaar 2025 geen verantwoording zal worden ingediend, ondanks de grondwettelijke verplichting. Zij stelde dat zonder deze evaluatie de begroting voor het nieuwe dienstjaar onvoldoende kan worden beoordeeld.
Tot slot benadrukte Jarbandhan dat het budgetrecht van het parlement niet alleen inhoudt dat begrotingen vooraf worden goedgekeurd, maar ook dat achteraf decharge moet worden verleend. Volgens haar gebeurt dat in de praktijk niet, wat de vraag oproept of eerdere begrotingen niet in strijd met de Grondwet zijn uitgevoerd.
| chronostimes | Door: Redactie




































