
Iedereen aan zet, maar niet iedereen kan hetzelfde bijdragen
| starnieuws | Door: Redactie
De waarschuwingen over het tekort aan elektriciteitsvermogen hebben tot beweging geleid. Het bedrijfsleven onderzoekt investeringen in eigen opwekking en batterijopslag. Dat is positief en noodzakelijk. Tegelijk rijst een bredere vraag: wat kunnen huishoudens en de overheid bijdragen, en is onze elektriciteitsinfrastructuur berekend op een snelle groei van decentrale opwekking?
Meer zonnepanelen en batterijen lossen het elektriciteitsprobleem niet automatisch op. Zelf opgewekte energie kan de druk
Energie moet daarom niet langer de sluitpost van economische en ruimtelijke ontwikkeling zijn. Bij nieuwe hotels, woongebieden, bedrijfsprojecten en publieke voorzieningen moet vanaf de eerste planfase duidelijk zijn hoeveel elektriciteit nodig is en welke bijdrage het project levert aan besparing, opwekking, opslag of netversterking.
Een gezamenlijke, maar eerlijke bijdrage
Bij investeringen door het bedrijfsleven telt niet alleen het geïnstalleerde vermogen. De belangrijkste vraag is hoeveel elektriciteit tijdens kritieke uren beschikbaar komt of niet langer van het openbare net wordt gevraagd. Zonnepanelen produceren vooral overdag, terwijl een belangrijke piek in de avond kan optreden. Opslag, flexibel verbruik en afspraken over het moment van energiegebruik zijn daarom minstens zo belangrijk.
Ook huishoudens kunnen bijdragen door zware apparaten buiten piekuren te gebruiken, airconditioning doelmatiger in te zetten en energiezuinige apparaten te kiezen. Wie zonnepanelen heeft, kan de opgewekte energie zoveel mogelijk direct gebruiken of, waar haalbaar, bewaren voor later.
Een inclusieve aanpak betekent niet dat bedrijven, huishoudens en overheid dezelfde bijdrage moeten leveren. Iedere partij moet vanuit haar eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheid kunnen meedoen. De bijdrage van huishoudens mag daarom niet uitsluitend afhankelijk zijn van hun koopkracht. Niet ieder gezin kan zonnepanelen, een energiezuinige airco of een thuisbatterij betalen. Gerichte financiering, fiscale stimulansen en collectieve voorzieningen kunnen voorkomen dat alleen een kleine groep van de energietransitie profiteert.
De overheid moet bovendien zelf zichtbaar bijdragen. Ministeries, scholen, ziekenhuizen en andere publieke gebouwen verbruiken eveneens elektriciteit. Energiebesparing, efficiëntere koeling, zonnepanelen op geschikte overheidsgebouwen en opslag bij kritieke voorzieningen
kunnen de druk op het systeem verminderen. Wie burgers en bedrijven tot actie oproept,
Eerst weten wat het netwerk aankan
Of de huidige infrastructuur een snelle groei van decentrale opwekking aankan, kan niet met algemene uitspraken worden vastgesteld. De beschikbare ruimte kan per wijk, voedingslijn en transformator verschillen. EBS moet daarom inzichtelijk maken waar opwekking en teruglevering mogelijk zijn, waar beperkingen gelden en waar eerst investeringen nodig zijn.
Daarbij horen duidelijke eisen aan installaties, beveiliging, omvormers en meters. Dit hoeft particuliere initiatieven niet te vertragen. Voorspelbare spelregels geven bedrijven en huishoudens juist zekerheid om verantwoord te investeren.
De belangrijkste verandering is bestuurlijk. Bij grotere ontwikkelingen moet energie niet pas aan de orde komen wanneer een aansluiting wordt aangevraagd. Een energieplan kan daarom onderdeel worden van de voorbereiding en vergunningverlening. Daarin staat hoeveel elektriciteit een project nodig heeft, wanneer de hoogste vraag ontstaat, wat zelf kan worden opgewekt of bespaard en welke
Mijn werk binnen de energietransitie en duurzame gebiedsontwikkeling richt zich op dergelijke regievraagstukken: belanghebbenden samenbrengen en met hen verkennen welk handelingsperspectief praktisch, technisch en maatschappelijk uitvoerbaar is. Niet door zelf een technische oplossing voor te schrijven, maar door informatie, belangen en mogelijke maatregelen te verbinden.
Investeringen in nieuwe productiecapaciteit blijven noodzakelijk, maar vormen slechts één spoor. Daarnaast moeten we slimmer omgaan met beschikbare energie, het netwerk verantwoord belasten en toekomstige ontwikkelingen beter voorbereiden.
De vraag is daarom niet alleen hoeveel extra vermogen Suriname kan opwekken. De vraag is ook hoe wij onze ontwikkeling zo organiseren dat energie vanaf het begin wordt meegenomen. Dan wordt energie geen sluitpost die groei achteraf moet volgen, maar een ordenend principe voor betrouwbare, inclusieve en duurzame ontwikkeling.Wilco Finisie
| starnieuws | Door: Redactie




































