
Hoge Raad laat beslag op 19,5 miljoen euro uit Suriname in stand
| waterkant | Door: Redactie
De Hoge Raad heeft vandaag beslist dat het beslag op een geldzending van bijna 19,5 miljoen euro dat in april 2018 op Schiphol werd gelegd, in stand blijft. Daarmee blijft de beschikking van het gerechtshof Den Haag uit 2024 overeind en is de beklagprocedure over dit beslag – die al jaren loopt en inmiddels voor de derde keer bij de Hoge Raad lag – definitief afgerond.
De zaak gaat terug naar 17 april 2018, toen de FIOD op Schiphol een geldzending in beslag nam op verdenking van witwassen. De zending was enkele dagen eerder per vliegtuig uit Suriname aangekomen. Het geld is volgens de betrokken partijen
(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});
Vanaf het begin hebben de CBvS en de handelsbanken het beslag aangevochten via een klaagschrift- of beklagprocedure: een procedure waarin de rechter beoordeelt of het beslag mag blijven liggen of moet worden opgeheven. Zo’n procedure ziet dus op het beslag zelf en is niet hetzelfde als een inhoudelijke beoordeling van een eventuele verdenking in een strafzaak.
In augustus 2024 verklaarde het gerechtshof Den Haag het beklag ongegrond en bleef het beslag gehandhaafd. Dat oordeel
De CBvS en de handelsbanken stapten daarna opnieuw naar de Hoge Raad met cassatieklachten. Cassatie is geen nieuwe ronde waarin de feiten opnieuw worden onderzocht, maar een toets of het recht juist is toegepast en of de beslissing voldoende begrijpelijk is gemotiveerd. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de klachten niet slagen. De afdoening is kort: de klachten zijn zonder inhoudelijke motivering verworpen, omdat ze niet tot vernietiging konden leiden en geen nieuwe juridisch belangrijke vragen opriepen. Het praktische gevolg is helder: het beslag blijft bestaan en de beschikking van het hof uit 2024 is definitief geworden.
De advocaat van CBvS Aroon Gonesh, houdt zijn reactie beperkt. “We hebben kennisgenomen van de beslissing en zullen die zorgvuldig bestuderen,” aldus Gonesh. “Dit betreft de beklagprocedure over het beslag; het is geen inhoudelijk oordeel over de verdenking.” Over vervolgstappen wil hij niet vooruitlopen, behalve dat afstemming volgt: “We zullen dit op korte termijn bespreken met de raadslieden van de drie handelsbanken, zodat het vervolgtraject ordelijk en binnen het dossier kan worden bepaald.”
Met de uitspraak van vandaag komt er een einde aan de beklagprocedure over het beslag dat sinds 2018 op het bedrag rust. Dat betekent dat de rechtsstrijd over het al dan niet opheffen van dit beslag hiermee is uitgeprocedeerd, terwijl een inhoudelijke beoordeling van de verdenking buiten het bereik van deze beslagprocedure valt.
| waterkant | Door: Redactie




































