
403.000 SRD toegekend aan ex-vp Adhin; miljoenenclaim tegen Staat volgt
| waterkant | Door: Redactie
Het Hof van Justitie in Suriname heeft maandag 16 februari 2026 uitspraak gedaan in de langdurige en politiek gevoelige strafzaak rond voormalig vicepresident en huidig Assembleevoorzitter Ashwin Adhin.
In hoger beroep werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof oordeelde dat het OM het verbod van willekeur heeft geschonden en heeft gehandeld in strijd met het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.
Daarmee komt een einde aan een strafproces dat meer dan vier jaar duurde en zowel juridisch als politiek zwaar woog.
De uitspraak heeft directe financiële consequenties. Het Hof kende Adhin een bedrag van in totaal 403.000 Surinaamse dollar toe. Dit
Voor wat betreft de immateriële schade, waaronder reputatieschade en psychische belasting, verwees het Hof de verdediging naar de civiele rechter. Dat betekent dat een afzonderlijke procedure moet uitwijzen of en in welke omvang aanvullende schadevergoeding wordt toegekend.
Adhin werd op 16 november 2020 aangehouden. Hij werd destijds in verzekering gesteld op verdenking van onder meer uitlokking tot valsheid in geschrifte, medeplegen van valsheid, verduistering en vernieling. Negen dagen later oordeelde de rechter-commissaris dat de aanhouding
Kort daarop werd hij in vrijheid gesteld. Volgens de verdediging had het OM bij de vervolging onvoldoende rekening gehouden met de bijzondere rechtspositie van politieke ambtsdragers en was ten onrechte het reguliere strafvorderlijke kader toegepast.
Na de opening van een gerechtelijk vooronderzoek (gvo) in januari 2021 volgde een langdurig traject van zittingen, bezwaren en proceshandelingen. Op 2 november 2023 sprak de rechter Adhin integraal vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het OM tekende hoger beroep aan, maar ook dat hield geen stand.
Op 5 februari 2025 verklaarde het Hof het OM definitief niet-ontvankelijk in de vervolging, waarmee de strafzaak formeel werd afgesloten.
Parallel aan de strafrechtelijke procedure heeft Adhin de Staat Suriname, in het bijzonder het ministerie van Justitie en Politie, civielrechtelijk aansprakelijk gesteld. Hij vordert een totale schadevergoeding van SRD 19.397.020. Volgens hem heeft de strafvervolging geleid tot aanzienlijke materiële schade, waaronder het verlies van eigendommen en inkomsten, maar vooral tot ernstige immateriële schade.
Als voormalig vicepresident en gekozen voorzitter van De Nationale Assemblee stond hij voortdurend in de publieke belangstelling. De aanhoudende media-aandacht en publieke verdenkingen zouden zijn reputatie, zowel nationaal als internationaal, blijvend hebben geschaad. Daarnaast wordt wettelijke rente gevorderd vanaf de datum waarop de rechtszaak aanhangig is gemaakt.
De principiële kern van de uitspraak ligt in het oordeel van het Hof dat het OM het verbod van willekeur heeft geschonden. Daarmee raakt de zaak aan fundamentele rechtsstatelijke beginselen, zoals de grenzen van vervolgingsbevoegdheid en de plicht tot zorgvuldige belangenafweging.
Volgens de verdediging overstijgt de kwestie de persoon van Adhin en raakt zij aan de rechtsbescherming van politieke ambtsdragers in Suriname.
dOf de Staat uiteindelijk tot betaling van het volledig gevorderde bedrag zal worden veroordeeld, is aan de civiele rechter. Wel staat vast dat deze zaak, begonnen met een arrestatie in november 2020, is uitgegroeid tot een van de meest spraakmakende juridische dossiers in de recente Surinaamse politieke geschiedenis en een belangrijk ijkpunt vormt in de verhouding tussen vervolgingsautoriteiten en politieke functionarissen.
| waterkant | Door: Redactie



































