• woensdag 07 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Tijd voor een fundamenteel debat over de verkiezing van de president

Tijd voor een fundamenteel debat over de verkiezing van de president

| suriname herald | Door: Redactie

De discussie over de wijze waarop Suriname zijn president kiest, verdient meer dan een vluchtige politieke reactie. De recente uitspraken van Eugène van der San, die pleit voor een rechtstreeks door de bevolking gekozen president, raken namelijk aan een fundamenteler vraagstuk: hoeveel invloed moet de kiezer zelf hebben op de keuze van het hoogste bestuur van het land?

Onder het huidige systeem kiest de bevolking De Nationale Assemblée (DNA). Daarna begint een tweede politiek proces waarin partijen, fracties en coalities bepalen wie president en vicepresident worden. Voor de verkiezing van de president is in DNA een tweederdemeerderheid nodig. Wordt die niet bereikt, dan kan de beslissing uiteindelijk in de Verenigde Volksvergadering vallen.

Dat systeem heeft een constitutionele logica, maar de politieke praktijk laat ook een zwakke plek zien. Een presidentskandidaat kan voor zijn verkiezing afhankelijk worden van onderhandelingen tussen partijen die pas na de verkiezingen plaatsvinden. Daarbij gaat het niet

alleen over beleid, maar ook over ministeries, functies, invloed en de verdeling van politieke macht.

De kiezer heeft op dat moment zijn stem al uitgebracht.

Juist daarom verdient de vraag van Van der San serieuze aandacht. Waarom mag de Surinaamse kiezer rechtstreeks bepalen wie in DNA komt, maar niet wie uiteindelijk president van het land wordt?

Een rechtstreeks gekozen president zou een eigen democratisch mandaat krijgen. Kandidaten zouden zich rechtstreeks aan de bevolking moeten presenteren, hun programma moeten verdedigen en uiteindelijk door de kiezer worden beoordeeld. De legitimiteit van het presidentschap zou daarmee minder afhankelijk worden van politieke onderhandelingen na de verkiezingen.

Suriname hoeft bij die discussie het wiel niet opnieuw uit te vinden. Elders bestaan al decennialang presidentiële systemen waarvan de sterke en zwakke kanten kunnen worden bestudeerd.

Brazilië is een duidelijk voorbeeld. Daar kiest de bevolking de president en vicepresident. Een kandidaat moet een absolute meerderheid van de

geldige stemmen behalen. Lukt dat in de eerste ronde niet, dan volgt een tweede ronde tussen de twee kandidaten met de meeste stemmen. De uiteindelijke winnaar krijgt daarmee een rechtstreeks mandaat van de kiezer.

Ook het Amerikaanse systeem kan leerzaam zijn, hoewel de president daar formeel via het Electoral College wordt gekozen. Belangrijker is dat president en Congres ieder een zelfstandig electoraal mandaat hebben en niet voor hun politieke voortbestaan van elkaar afhankelijk zijn.

Dat brengt ook een ander idee in beeld: tussenverkiezingen voor DNA. In de Verenigde Staten worden om de twee jaar congresverkiezingen gehouden. Halverwege de presidentiële termijn vinden de zogenoemde midterms plaats. Dan worden alle zetels in het Huis van Afgevaardigden en ongeveer een derde van de Senaat opnieuw aan de kiezer voorgelegd. De president blijft ondertussen in functie.

Een Surinaamse variant hoeft geen kopie van dat model te zijn. Wel kan worden onderzocht of een deel

van DNA halverwege een presidentiële termijn opnieuw kan worden gekozen, of dat de verkiezingscycli van president en parlement van elkaar kunnen worden losgekoppeld.

Daarmee zou de kiezer niet slechts eens in de vijf jaar politieke invloed kunnen uitoefenen. Tussenverkiezingen kunnen burgers de mogelijkheid geven om tussentijds een oordeel uit te spreken over de koers van het land en de machtsverhoudingen in DNA bij te stellen.

Daar zitten uiteraard ook risico’s aan. Een president kan worden geconfronteerd met een parlement waarin de politieke verhoudingen halverwege de termijn volledig zijn veranderd. Dat kan de controle op de uitvoerende macht versterken, maar ook leiden tot politieke blokkades.

Juist daarom moet Suriname geen buitenlands model klakkeloos overnemen.

Een rechtstreeks gekozen president is bovendien geen wondermiddel tegen partijbelangen, instabiliteit of machtsmisbruik. Wanneer zowel de president als DNA zich op een eigen mandaat van de kiezer kunnen beroepen, kunnen nieuwe spanningen ontstaan. Wie heeft bijvoorbeeld het

laatste woord wanneer president en parlement lijnrecht tegenover elkaar staan?

Daarom moet een eventuele hervorming veel breder worden bekeken. Het gaat niet alleen om de verkiezing van de president, maar ook om diens bevoegdheden, de positie van DNA, de verantwoordelijkheid van ministers, de controle op de uitvoerende macht en de vraag of tussenverkiezingen wenselijk zijn.

Ook de timing van deze discussie is relevant. President Jennifer Simons heeft aangegeven slechts één termijn als president te willen dienen. Van der San ziet daarin juist een mogelijkheid om fundamentele veranderingen door te voeren. Een president die niet bezig is haar eigen herverkiezing binnen een nieuw systeem veilig te stellen, kan wellicht gemakkelijker meewerken aan een dergelijke hervorming.

Daar valt iets voor te zeggen.

Maar een wijziging van deze omvang mag nooit worden ontworpen rond één president, één regering of één partij. Constitutionele regels moeten ook standhouden wanneer toekomstige machthebbers minder terughoudend omgaan met

hun bevoegdheden.

Suriname staat bovendien aan de vooravond van een periode waarin door de ontwikkeling van de olie- en gassector veel grotere economische belangen op het spel komen te staan. Juist dan zijn sterke instituties, duidelijke bevoegdheden en effectieve controle op de politieke macht van groot belang.

De vraag hoe wij onze president kiezen, is daarom geen technische discussie voor juristen of politieke partijen alleen. Het is een nationale kwestie.

Misschien blijkt uiteindelijk dat het huidige systeem moet blijven. Misschien kiest Suriname voor een rechtstreeks gekozen president. Mogelijk past een combinatie van presidentiële verkiezingen, een andere verhouding tussen regering en parlement en tussenverkiezingen voor DNA beter bij het land.

Maar die keuze moet bewust worden gemaakt. Suriname hoeft daarbij niet vanaf nul te beginnen. De ervaringen van Brazilië en de Verenigde Staten laten zien wat presidentiële systemen kunnen opleveren, maar ook waar de gevaren liggen.

Van der San heeft de

discussie opnieuw op tafel gelegd. President Simons, DNA, politieke partijen, staatsrechtgeleerden en vooral de samenleving zouden haar niet moeten laten verdwijnen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag wie president wordt. Het gaat ook om wie hem of haar kiest, wie die macht controleert en hoe vaak de burger opnieuw zijn oordeel mag uitspreken.

| suriname herald | Door: Redactie