
TAS verdient antwoorden, geen afleidingen
| starnieuws | Door: Redactie
Joan Nibte, secretaris van de Raad van Commissarissen van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS), schrijft onderstaand ingezonden artikel op persoonlijke titel.
Binnen organisaties die publieke middelen beheren en een belangrijke maatschappelijke taak vervullen, behoren transparantie, verantwoording en onafhankelijk toezicht vanzelfsprekend te zijn. Toch ontstaat in de praktijk vaak een ander beeld wanneer kritische vragen worden gesteld over beleid, administratie of besluitvorming.
Steeds vaker lijkt een patroon zichtbaar waarbij de aandacht wordt verlegd zodra toezichthouders of andere verantwoordelijke functionarissen vragen stellen
Goed bestuur vereist dat bestuurders, directies en toezichthouders zich laten leiden door feiten en niet door persoonlijke voorkeuren of strategische afleidingsmanoeuvres. Wanneer iedere poging om inzicht te krijgen in administratieve of financiële processen wordt beantwoord met persoonlijke aanvallen of beschuldigingen aan het adres van degenen die vragen stellen, ontstaat een klimaat waarin controle en toezicht steeds moeilijker worden.
Juist daarom zijn onafhankelijk toezicht en kritische controlemechanismen essentieel. Niet omdat er per definitie iets mis zou zijn, maar omdat publieke instellingen alleen het vertrouwen kunnen behouden wanneer zij bereid zijn volledige openheid van zaken te
Ook het begrip belangenverstrengeling verdient een zorgvuldige benadering. Het mag nooit worden gebruikt als instrument om personen te diskwalificeren zonder dat daarvoor concrete feiten bestaan. Een beschuldiging van belangenverstrengeling is ernstig en dient gebaseerd te zijn op aantoonbare feiten en omstandigheden, niet op vermoedens, suggesties of beroepsmatige contacten uit het verleden.
De kern van het probleem is uiteindelijk eenvoudig: organisaties die transparant handelen, hoeven niet bang te zijn voor vragen. Zij beantwoorden die vragen met documenten, feiten en controleerbare informatie. Organisaties die hun energie besteden aan het creëren van afleidende discussies, wekken juist de indruk dat de werkelijke vragen onbeantwoord blijven.
De samenleving heeft geen behoefte aan persoonlijke strijd, maar aan goed bestuur. Niet de personen zijn van belang, maar de vraag of procedures worden gevolgd, middelen op verantwoorde wijze worden beheerd en toezicht daadwerkelijk zijn werk kan doen.
Want uiteindelijk is transparantie niet het
Joan Meriam Nibte
Binnen organisaties die publieke middelen beheren en een belangrijke maatschappelijke taak vervullen, behoren transparantie, verantwoording en onafhankelijk toezicht vanzelfsprekend te zijn. Toch ontstaat in de praktijk vaak een ander beeld wanneer kritische vragen worden gesteld over beleid, administratie of besluitvorming.
Steeds vaker lijkt een patroon zichtbaar waarbij de aandacht wordt verlegd zodra toezichthouders of andere verantwoordelijke functionarissen vragen stellen
over de gang van zaken binnen een organisatie. In plaats van dat de discussie wordt gevoerd over de inhoudelijke onderwerpen, zoals financiële verantwoording, interne controle, governance en de naleving van procedures, verschuift de aandacht plotseling naar personen, vermeende belangenconflicten of andere randzaken. Dat is een ontwikkeling die het functioneren van iedere organisatie kan verzwakken.
Goed bestuur vereist dat bestuurders, directies en toezichthouders zich laten leiden door feiten en niet door persoonlijke voorkeuren of strategische afleidingsmanoeuvres. Wanneer iedere poging om inzicht te krijgen in administratieve of financiële processen wordt beantwoord met persoonlijke aanvallen of beschuldigingen aan het adres van degenen die vragen stellen, ontstaat een klimaat waarin controle en toezicht steeds moeilijker worden.
Juist daarom zijn onafhankelijk toezicht en kritische controlemechanismen essentieel. Niet omdat er per definitie iets mis zou zijn, maar omdat publieke instellingen alleen het vertrouwen kunnen behouden wanneer zij bereid zijn volledige openheid van zaken te
geven.
Ook het begrip belangenverstrengeling verdient een zorgvuldige benadering. Het mag nooit worden gebruikt als instrument om personen te diskwalificeren zonder dat daarvoor concrete feiten bestaan. Een beschuldiging van belangenverstrengeling is ernstig en dient gebaseerd te zijn op aantoonbare feiten en omstandigheden, niet op vermoedens, suggesties of beroepsmatige contacten uit het verleden.
De kern van het probleem is uiteindelijk eenvoudig: organisaties die transparant handelen, hoeven niet bang te zijn voor vragen. Zij beantwoorden die vragen met documenten, feiten en controleerbare informatie. Organisaties die hun energie besteden aan het creëren van afleidende discussies, wekken juist de indruk dat de werkelijke vragen onbeantwoord blijven.
De samenleving heeft geen behoefte aan persoonlijke strijd, maar aan goed bestuur. Niet de personen zijn van belang, maar de vraag of procedures worden gevolgd, middelen op verantwoorde wijze worden beheerd en toezicht daadwerkelijk zijn werk kan doen.
Want uiteindelijk is transparantie niet het
probleem. Transparantie is juist de oplossing.TAS verdient antwoorden, geen afleidingen.
Joan Meriam Nibte
| starnieuws | Door: Redactie




































