
Surinaamse Moeder
| snc.com | Door: Martin Minkenberg
Tom, Jim en ik waren onafscheidelijk. En dat was vanaf het moment dat we de klas binnen liepen van juffrouw Lakrant. Heel veel later begreep ik dat het juffrouw La Grande was maar als je vier bent maakt dat niet uit. Alles dat je doet gaat volledig op gevoel, je vraagt je niet af waarom. We speelden cowboytje, bouwden schuilplaatsen in de zandbak met felrode scheppen en deelden onze boterhammen. Pindakaas, hagelslag, smeerworst en bakabana.
Mijn moeder moet vast gedacht hebben dat ik iets niet goed begrepen had. Ik maakte wel vaker rare woorden. Karrakas betekende chocolade omdat het in de kast lag en dat kwam daar via de kar van Bas van der Heijden. Voor Tom en voor mij was bakabana de normaalste zaak van de wereld. Maar voor een volwassene, ruim 50 jaar geleden was dat niet zo. Geen idee of
Maar ook weer niet zo heel veel. Het toeval wilde dat Jim bij mij in de klas zat. En dat hij met zijn boterhammetje pindakaas ook bakabana mee kreeg van zijn moeder. Tom en ik vonden dat vooral heel erg lekker. In mijn, wellicht door fantasie vertroebelde, herinnering nam Jim steeds meer bakabana mee om te delen. Als kind had ik natuurlijk geen enkel besef dat dit mijn introductie was in de Surinaamse cultuur. We hadden lol in de klas van juffrouw Lakrant, speelden ons suf en kwamen steeds vaker bij elkaar thuis zoals vriendjes dat doen.
We mochten veel van onze moeders, zij zagen dat we eindeloos door konden gaan met onze avonturen op zolders, cowboyspelletjes en voetballen op straat. Snoepjes, appels, bekers melk
Dat je als kleuter soms hulp nodig hebt op de wc is niet bijzonder. Maar dat je dat krijgt van iemand anders dan je eigen moeder wel. En dat was Jim’s moeder. Alles bij haar was vanzelfsprekend, dus ook dit. Na het eerste jaar van de lagere school verhuisden we alle drie. En hoe onwaarschijnlijk ook op dat moment: de kleutervriendschap verwaterde. Ik heb geen idee hoe het met
door: Martin Minkenberg
Foto: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mama_Sranan
| snc.com | Door: Martin Minkenberg



































