• maandag 12 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Reactie Adhin op persverklaring VHP-fractie

| abc-Suriname | Door: Redactie

INGEZONDEN

De VHP-fractie stelt dat het parlementaire spreekrecht van lid Ramsukul op onrechtmatige wijze is geschonden. Dat is onjuist. Het ontnemen van het woord is in het Reglement van Orde gebonden aan drie gronden: afwijken van het onderwerp, beledigende uitdrukkingen en het verstoren van de orde (artikelen 42 tot en met 44). Geen van die gronden is ingeroepen en geen van die maatregelen is genomen. De fractie stelt dat zelf ook vast in haar verklaring. Het woord ontnemen veronderstelt bovendien dat een lid aan het woord is. Lid Ramsukul was nog niet aan het woord: ik heb de zaak aan het Parlement voorgelegd voordat hij het woord had gekregen.

Wat op 8 en 9 oktober aan de orde was, is de spreekvolgorde. Het Reglement bepaalt dat de Voorzitter het woord verleent in de volgorde waarin het is gevraagd (artikel 37) en dat de inschrijving op de sprekerslijst die volgorde regelt,

waarbij de Commissie van Rapporteurs voorrang heeft (artikel 71). Voor de leden van de Commissie van Rapporteurs ligt de volgorde bovendien al vooraf vast: zij wordt in de Huishoudelijke Vergadering bij de installatie van de Commissie bepaald en staat op de convocatie van de openbare vergadering. Ieder lid van de Commissie weet dus vooraf wanneer zijn beurt komt. Een lid dat op het moment van aankondiging niet in de zaal is, kan het woord op dat moment niet vragen en dus niet verkrijgen. Fractieleider Gajadien heeft om een schorsing gevraagd aangezien hij lid Ramsukul niet in de zaal zag. Lid Plein, eerste plaatsvervanger van de Vice-Voorzitter, die op dat moment de vergadering leidde, heeft dat verzoek afgewezen en het woord verleend aan de volgende spreker, in lijn met de vaste praktijk en binnen de bevoegdheid die artikel 61 hem geeft.

Voor dat geval kent het Parlement een vaste praktijk: de volgorde

wordt strikt gehanteerd en een lid dat zijn beurt niet neemt, verliest die beurt in de betreffende ronde. Die praktijk is in eerdere zittingen toegepast op leden van coalitie en oppositie. Fractieleider Asabina heeft dat in de vergadering zelf bevestigd: hem is in de vorige zittingsperiode hetzelfde overkomen, en ook op andere momenten is de regel zo toegepast. Het toeval wil dat hij in het fractieleidersoverleg voorafgaand aan deze openbare vergadering zelf nog heeft nagevraagd of hij zijn beurt later binnen de Commissie van Rapporteurs kon vervullen; ook dat was niet toegestaan, en hij heeft zijn beurt precies in de volgorde gevoerd. De praktijk heeft een reden. Een sprekerslijst waarvan de vergadering telkens moet afwijken omdat een lid elders in het gebouw is, is geen sprekerslijst meer. Het besluit van lid Plein past in die praktijk, en het Reglement laat schorsing uitdrukkelijk aan het oordeel van de voorzitter over (artikel
61).

Toen ik de leiding overnam, heb ik de kwestie aan de vergadering voorgelegd en de ruimte verkend om lid Ramsukul alsnog te laten spreken. De vergadering is daarover uitvoerig gehoord. Uit die bespreking bleek opnieuw dat de vaste praktijk bestaat en door het Parlement wordt gedragen. Een Voorzitter is Voorzitter van alle leden. Wie een vaste praktijk voor één lid terzijde schuift, schuift haar voor iedereen terzijde en maakt van een regel een gunst. Ik heb de praktijk daarom gehandhaafd. Dat besluit beschermt ook de oppositie: een regel die naar gelang van de persoon wordt toegepast, beschermt niemand.

Lid Ramsukul heeft in deze behandeling nog niet gesproken en behoudt daarmee zijn beurt in de tweede ronde. Als lid van de Commissie van Rapporteurs kan de Voorzitter hem daarnaast een derde beurt verlenen (artikel 48), en over elke wijziging die wordt voorgesteld, vraagt de Voorzitter het oordeel van de Commissie waarvan hij

deel uitmaakt (artikel 68). Ook kan hij, zoals ieder lid, met toestemming van de Voorzitter via interrupties aan het debat deelnemen. Zijn parlementaire bijdrage is dus niet verloren.

De fractie roept mij op het Reglement consequent na te leven, naar de letter en naar de geest. Dat is precies wat hier is gebeurd. Er is geen parlementaire regel met voeten getreden: elke stap is gezet binnen het Reglement van Orde en volgens de vaste praktijk van het Parlement. Het Reglement van Orde zwijgt over afwezigheid bij aankondiging, en dat is een gebrek. Ik heb daarom een besluit genomen voor de toekomst. Een lid van de Commissie van Rapporteurs dat de vergaderzaal tijdelijk moet verlaten, meldt dat vooraf aan de Voorzitter. Komt zijn beurt terwijl hij nog niet terug is, dan last de Voorzitter een korte schorsing in, zodat het lid zich naar de zaal kan begeven en zijn spreekbeurt conform de

volgorde vervult. De volgorde zelf blijft onverkort gelden. De regel geldt voor leden van de Commissie van Rapporteurs, omdat hun spreekvolgorde, zoals gezegd, vooraf vastligt. Deze regel staat nog niet in het Reglement van Orde. Ik leg haar in de eerstvolgende Huishoudelijke Vergadering ter besluitvorming voor, en breng haar ook in bij de ad-hoccommissie Herziening Reglement van Orde, waarvan de fractieleider van de VHP zelf deel uitmaakt.

Het staat een fractie vrij de vergaderzaal te verlaten. Ik betreur het, want de behandeling van wetgeving is gediend met de inbreng van alle leden. Ik nodig de VHP-fractie uit haarplaats in de vergaderzaal weer in te nemen.

Michael A. S. AdhinVoorzitter van De Nationale Assemblée

    | abc-Suriname | Door: Redactie