• donderdag 09 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

OPINIESERIE | VAN RUWE OLIE NAAR NATIONALE WELVAART DEEL 4 | EEN RAFFINADERIJ IS GEEN EINDPUNT, MAAR HET BEGIN VAN SURINAME’S INDUSTRIËLE TOEKOMST

| united news | Door: Redactie

Auteur: Marcel P.T. Chin-A-Lien | Petroleum & Energie Adviseur – Founding Partner & Chief Architect, Golden Lane Investments Advisory Group (GLIAG)

In de eerste drie delen van deze serie hebben we gekeken naar de economische logica achter een Surinaamse raffinaderij, de financierbaarheid van het project en de directe voordelen voor de Surinaamse economie. Maar daarmee is slechts een deel van het verhaal verteld.

De grootste betekenis van een raffinaderij ligt namelijk niet in de productie van benzine of diesel. Haar werkelijke waarde ligt in wat zij mogelijk maakt.

Geschiedenis laat zien dat landen zelden duurzaam rijk worden door uitsluitend grondstoffen te exporteren. De landen die erin slagen hun welvaart over generaties vast te houden, zijn juist de landen die natuurlijke hulpbronnen gebruiken als fundament voor industrialisatie, technologische ontwikkeling en economische diversificatie. Dat is precies de strategische keuze waarvoor Suriname nu staat.

Wanneer GranMorgu volgens planning in 2028 de eerste olie produceert, begint voor Suriname een geheel

nieuw economisch hoofdstuk.

Met een verwachte productie van ongeveer 220.000 vaten olie per dag beschikt Suriname voor het eerst over een offshoreproductie van wereldklasse. Staatsolie ontvangt via haar twintig procent deelneming ongeveer 44.000 vaten per dag als eigen aandeel.

Voor veel landen zou dat betekenen dat deze olie rechtstreeks naar de wereldmarkt wordt geëxporteerd.

Volgens GLIAG zou juist daar de eerste strategische fout kunnen ontstaan. Want iedere vat ruwe olie dat onbewerkt wordt uitgevoerd, vertegenwoordigt slechts een deel van zijn uiteindelijke economische waarde.

Wie dezelfde olie eerst verwerkt tot hoogwaardige brandstoffen en industriële grondstoffen, creëert meerdere economische waardeketens in plaats van slechts één. Daarmee verandert olie van een exportproduct in een motor voor binnenlandse economische ontwikkeling.

GranMorgu staat bovendien niet op zichzelf.

Binnen Block 58 zijn inmiddels meerdere commerciële ontdekkingen gedaan, waaronder Sloanea. Deze velden vergroten de kans dat de productie gedurende tientallen jaren op een hoog niveau kan worden voortgezet.

Daarnaast ontwikkelt Petronas Block 52, eveneens

een veelbelovend offshoregebied.

Daar houdt het waarschijnlijk niet op.

De Suriname-Guyanabekken behoort volgens internationale onderzoeksbureaus tot de meest veelbelovende nieuwe olieprovincies ter wereld. Een aanzienlijk deel van het gebied is nog nauwelijks geëxploreerd.

Dat betekent dat de huidige productie mogelijk slechts het begin vormt van een veel grotere ontwikkeling. Een raffinaderij die vandaag wordt ontworpen voor de eerste productie, kan daardoor uitgroeien tot het hart van een veel omvangrijkere energie-industrie.

In het publieke debat gaat de meeste aandacht uit naar olie. Toch kan aardgas uiteindelijk minstens zo’n grote economische betekenis krijgen. Bij de productie van offshore olie komt aanzienlijke hoeveelheden aardgas vrij. Dat gas hoeft niet uitsluitend te worden geëxporteerd.

Integendeel.

Volgens de Gas-to-Shore-visie kan een belangrijk deel daarvan worden ingezet voor de binnenlandse energievoorziening.

Dat levert meerdere voordelen op.

Elektriciteitscentrales kunnen overschakelen van dure diesel naar relatief goedkoop aardgas.

De raffinaderij zelf kan aardgas gebruiken als procesenergie. Daardoor dalen de operationele kosten én de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien

ontstaat ruimte voor nieuwe energie-intensieve industrieën die vandaag economisch nauwelijks haalbaar zijn.

Gas wordt daarmee niet alleen een energiebron, maar ook een katalysator voor verdere industrialisatie.

Veel mensen denken bij een raffinaderij uitsluitend aan brandstoffen. Internationaal vormt een raffinaderij echter vaak slechts de eerste schakel van een veel grotere industriële keten.

Wanneer voldoende grondstoffen beschikbaar zijn, kunnen daar petrochemische bedrijven omheen ontstaan.

Denk aan de productie van methanol.

Ammoniak.

Kunstmest.

Speciale chemicaliën.

Kunststoffen.

Industriële oplosmiddelen.

Al deze producten vertegenwoordigen een veel hogere toegevoegde waarde dan ruwe olie alleen.

Juist daardoor ontstaan hoogwaardige industriële banen, kennisontwikkeling en exportproducten met een aanzienlijk grotere economische waarde.

Trinidad en Tobago heeft in het verleden laten zien hoe een relatief klein land dankzij aardgas en petrochemie kon uitgroeien tot een van de meest geïndustrialiseerde economieën van het Caribisch gebied.

Suriname hoeft dat model niet letterlijk te kopiëren.

Maar het laat wel zien welke mogelijkheden ontstaan wanneer natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt als springplank naar verdere economische ontwikkeling.

Vaak wordt een raffinaderij

beoordeeld op haar economische levensduur. Dat is begrijpelijk, maar tegelijkertijd misleidend. Want de installatie zelf vormt slechts één onderdeel van een veel grotere infrastructuur.

Voor een raffinaderij zijn havens nodig.

Opslagtanks.

Pijpleidingen.

Elektriciteitsvoorziening.

Waterzuivering.

Onderhoudswerkplaatsen.

Technische opleidingen.

Laboratoria.

Ingenieursbureaus.

Digitale controlesystemen.

Logistieke dienstverleners.

Die infrastructuur verdwijnt niet wanneer een olieveld na tientallen jaren uitgeput raakt.

Integendeel. Zij vormt juist de basis waarop nieuwe industrieën kunnen worden gebouwd.

Dat is precies waarom succesvolle industrielanden altijd verder kijken dan de eerste investering. Niet de raffinaderij zelf is uiteindelijk de grootste investering. De grootste investering is de industriële capaciteit die daardoor ontstaat.

Critici wijzen er terecht op dat de wereld zich geleidelijk richting een duurzamer energiesysteem beweegt. Ook dat is een realiteit. Maar juist daarom moet Suriname vandaag vooruitdenken. De olie-inkomsten van de komende decennia kunnen worden gebruikt om de economie voor te bereiden op de periode daarna.

De infrastructuur die vandaag wordt gebouwd, kan morgen worden ingezet voor nieuwe energiedragers.

Waterstof.

Groene ammoniak.

Biobrandstoffen.

Synthetische brandstoffen.

CO₂-opslag.

Nieuwe chemische industrieën.

De vraag is daarom niet

of Suriname ooit minder afhankelijk zal worden van olie.

De vraag is of het land de inkomsten uit olie tijdig gebruikt om een nieuwe economische basis te creëren. Volgens GLIAG vormt de raffinaderij precies die overgang tussen het huidige offshoretijdperk en de industrie van de toekomst.

Grote economische beslissingen worden zelden genomen voor één kabinetsperiode.

Zij bepalen vaak de ontwikkelingsrichting van een land gedurende meerdere generaties.

Daarom moet ook de discussie over een raffinaderij worden gevoerd. Niet vanuit de vraag hoeveel winst één installatie volgend jaar maakt. Maar vanuit de vraag welke economische structuur Suriname wil nalaten aan zijn kinderen en kleinkinderen.

Blijft Suriname hoofdzakelijk een exporteur van ruwe grondstoffen?

Of groeit het uit tot een land dat zijn natuurlijke rijkdom gebruikt om een moderne industriële economie op te bouwen? Dat is uiteindelijk de strategische keuze die vandaag voorligt. Toch blijft er één belangrijk bezwaar terugkomen.

Critici blijven wijzen op de lage internationale raffinagemarges en concluderen dat

een nieuwe raffinaderij daarom economisch onverstandig zou zijn.

Volgens de auteur berust juist dát argument op een fundamentele denkfout.

In het slotdeel van deze serie leggen we uit waarom de wereldwijde raffinagemarges volgens GLIAG de verkeerde maatstaf zijn, waarom Suriname met een geheel andere economische benchmark moet rekenen en waarom dat het hele debat in een ander perspectief plaatst.

Dit deel vormt de brug tussen de directe economische voordelen en de fundamentele discussie over de juiste economische maatstaf. In Deel 5, het slot van de serie, brengen we alle argumenten samen en leggen we uit waarom de auteur van mening is dat het Surinaamse raffinaderijproject niet moet worden beoordeeld aan de hand van de Rotterdamse of Singaporese raffinagemarges, maar vanuit de strategische waarde voor Suriname zelf. Dat wordt het meest opiniërende en krachtige afsluitende deel van de reeks.

Opinie | Marcel P.T. Chin-A-Lien | Petroleum & Energie Adviseur – Founding Partner & Chief Architect, Golden Lane

Investments Advisory Group (GLIAG)

 

 

 

| united news | Door: Redactie