• zondag 11 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Marrondag: Bevochten vrijheid, maar strijd om gelijkwaardigheid duurt voort

Marrondag: Bevochten vrijheid, maar strijd om gelijkwaardigheid duurt voort

| starnieuws | Door: Redactie

Op 10 oktober herdenkt Suriname niet alleen de vrijheid die de Marrons in 1760 afdwongen. De dag stelt ook een actuele vraag: is die historische vrijheid inmiddels vertaald in grondenrechten, ontwikkeling en volwaardige zeggenschap?

Vrijheid was geen geschenk
Marrondag verwijst naar het vredesverdrag dat het koloniale bestuur op 10 oktober 1760 sloot met de Aucaners, ook Ndyuka of Okanisi genoemd. Het verdrag volgde op jaren van verzet door mensen die de plantages waren ontvlucht en in het binnenland zelfstandige gemeenschappen hadden
opgebouwd. Zij kenden het bos en de rivieren, verdedigden hun dorpen en dwongen het koloniale gezag uiteindelijk tot onderhandelingen.

In 1762 volgde een vredesverdrag met de Saamaka en in 1767 met de Matawai. Andere groepen, zoals de Aluku of Boni, bleven langer strijden. De vrijheid van de Marrons werd daarom niet geschonken: zij werd bevochten en vervolgens politiek erkend. Marrondag eert tegenwoordig de Ndyuka, Saamaka, Matawai, Paamaka, Kwinti en Aluku en daarmee een belangrijk deel van de geschiedenis en vorming van Suriname.

De verdragen hadden echter ook een koloniale keerzijde. Het bestuur wilde vooral de plantage-economie beschermen en verdere vluchtpogingen tegengaan. Terwijl sommige Marrongemeenschappen hun vrijheid hadden afgedwongen, bleef de slavernij in Suriname nog meer dan een eeuw bestaan. Dat maakt 10 oktober zowel een dag van trots als van kritisch historisch bewustzijn.



De strijd veranderde, maar verdween niet
Na de afschaffing van de slavernij en de
onafhankelijkheid bleef de afstand tot de overheid groot. Veel dorpen kampten met tekorten aan onderwijs, gezondheidszorg, drinkwater, energie en vervoer. De gedwongen verhuizing van Saamaka-dorpen voor de aanleg van het Afobakastuwmeer liet zien dat nationale ontwikkeling lasten kon opleggen aan gemeenschappen zonder hun gelijkwaardige zeggenschap te bieden.

De huidige strijd gaat over grond en zeggenschap
Vandaag speelt de strijd zich af in het parlement, in rechtszalen, tijdens krutu's en via maatschappelijke acties. De kernvraag is wie beslist over traditionele gebieden en wie profiteert van goud, hout, water en andere natuurlijke rijkdommen.

In 2007 oordeelde het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens dat Suriname de collectieve eigendomsrechten van de Saamaka onvoldoende beschermde. De staat moest het traditionele gebied afbakenen, collectieve eigendomstitels mogelijk maken en de gemeenschappen betrekken bij projecten die hun leefgebied raken. Een volledige wettelijke regeling is echter nog niet tot stand gekomen, waardoor concessies blijven
botsen met traditionele aanspraken.

Grondenrechten alleen zijn niet genoeg. Dorpen hebben ook goed onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en werkgelegenheid nodig. Een rijker Suriname dat het binnenland arm houdt, zet de oude ongelijkheid in een nieuwe vorm voort.

Politieke vertegenwoordiging moet resultaten opleveren
De politieke invloed van Marrons is gegroeid. ABOP en BEP werden belangrijke spelers in het parlement en bij de coalitievorming. De verkiezing van Ronnie Brunswijk tot vicepresident in 2020 was historisch. Ook na de verkiezingen van 2025 bleven partijen met een sterke Marronachterban betrokken bij de nationale machtsvorming.

Bij nieuwe keuzes over mijnbouw, bosbescherming, klimaatfinanciering en olie-inkomsten mogen besluiten niet opnieuw over de hoofden van gemeenschappen heen worden genomen. Ontwikkeling is pas eerlijk wanneer gemeenschappen vooraf worden gehoord, daadwerkelijk zeggenschap hebben en delen in de voordelen.

Marrondag als politieke spiegel
Marrondag herinnert Suriname eraan dat Marrons hun vrijheid zelf organiseerden en verdedigden. De moderne opdracht
is gelijkwaardig burgerschap: een Marronkind in het binnenland moet dezelfde kansen krijgen als een kind in Paramaribo. Een dorp moet niet pas worden gehoord wanneer verkiezingen naderen of een concessie wordt uitgegeven.

Echte erkenning begint waar de ceremonie eindigt: bij wetgeving, goede dienstverlening, bescherming van het leefgebied en een eerlijke plaats in de nationale economie. Pas dan wordt de bevochten vrijheid van 1760 werkelijk verbonden met de gelijkwaardigheid van vandaag.

Purcy Landveld
Docent geschiedenis
E-mail: [email protected]

| starnieuws | Door: Redactie