
Kritiek op onderzoek naar vissterfte neemt toe
| starnieuws | Door: Redactie
De onrust onder Inheemse dorpen langs de Saramaccarivier neemt verder toe. Er is groeiende onvrede over de wijze waarop het aanvullende onderzoek naar de grootschalige vissterfte wordt uitgevoerd. Dit stelt dorpshoofd Joan Van der Bosch van Pikin Poika die tijdens een persconferentie is ingegaan op de gevolgen van de vissterfte voor de bewoners en de kritiek verwoorden op de manier waarop de autoriteiten met de situatie omgaan.
Logistieke ondersteuning leidt tot onvrede
Aanleiding voor de toenemende kritiek is een recent overleg met de
Juist dit punt stuit op weerstand. Hoewel de milieuautoriteit aangeeft al aanzienlijke middelen te hebben ingezet voor het lopende onderzoek, vinden de dorpen het moeilijk te accepteren dat zij zelf moeten bijdragen aan de logistieke uitvoering van onderzoek naar een milieuramp die zij niet zelf hebben veroorzaakt.
De NMA heeft inmiddels aangegeven dat aanvullend onderzoek op de voorgestelde locaties pas kan plaatsvinden wanneer vanuit Pikin Poika vervoer beschikbaar is. Daarna zal worden bekeken wanneer de extra monsters kunnen worden genomen.
Gevolgen worden steeds zichtbaarder
De gevolgen van de vissterfte worden ondertussen steeds zichtbaarder. Het dorpsbestuur van Columbia in Saramacca luidt de
Voor de betrokken gemeenschappen raakt deze kwestie aan een breder probleem, namelijk hun betrokkenheid bij processen die direct van invloed zijn op hun leefgebied. Volgens hen is er vaak wel ruimte om hun zorgen kenbaar te maken, maar blijft daadwerkelijke invloed op de besluitvorming en uitvoering beperkt.
Brief leidde tot overleg
Van der Bosch bracht haar zorgen vorige week maandag onder de aandacht in een brief aan NMA-directeur Vanessa Gefferie. Daarin
Tijdens het daaropvolgende overleg erkende de NMA dat de communicatie tekort was geschoten. Daarbij is afgesproken dat het verdere contact met de getroffen gemeenschappen via de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) zal verlopen. Volgens Van der Bosch gaat het niet alleen om een milieuprobleem, maar ook om de gezondheid, voedselzekerheid en bestaanszekerheid van de Inheemse gemeenschappen.
"Wij leven in harmonie met de natuur en zijn er rechtstreeks van afhankelijk. Wanneer die natuur wordt vervuild, raakt dat direct ons bestaan," schreef zij.
Lokale kennis benutten
Tijdens het overleg benadrukte VIDS dat de kennis en ervaringen van de Inheemse gemeenschappen een volwaardige plaats moeten krijgen in het onderzoek. De organisatie drong erop aan dat lokale waarnemingen en traditionele kennis
De milieuautoriteit startte onlangs met het onderzoek nadat het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing melding had gemaakt van de situatie. Inmiddels zijn watermonsters genomen die worden onderzocht door FILAP Suriname, terwijl vismonsters zijn doorgestuurd naar het Veterinair Keuringsinstituut.
Logistieke ondersteuning leidt tot onvrede
Aanleiding voor de toenemende kritiek is een recent overleg met de
Nationale Milieu Autoriteit (NMA). Daaruit bleek dat de getroffen gemeenschappen praktische ondersteuning moeten bieden voor aanvullend onderzoek op door hen voorgestelde locaties. Voor deze extra bemonstering zijn volgens de NMA onder meer een boot, brandstof en lokale begeleiding nodig. Dit vervolgonderzoek stond aanvankelijk gepland voor donderdag.
Juist dit punt stuit op weerstand. Hoewel de milieuautoriteit aangeeft al aanzienlijke middelen te hebben ingezet voor het lopende onderzoek, vinden de dorpen het moeilijk te accepteren dat zij zelf moeten bijdragen aan de logistieke uitvoering van onderzoek naar een milieuramp die zij niet zelf hebben veroorzaakt.
De NMA heeft inmiddels aangegeven dat aanvullend onderzoek op de voorgestelde locaties pas kan plaatsvinden wanneer vanuit Pikin Poika vervoer beschikbaar is. Daarna zal worden bekeken wanneer de extra monsters kunnen worden genomen.
Gevolgen worden steeds zichtbaarder
De gevolgen van de vissterfte worden ondertussen steeds zichtbaarder. Het dorpsbestuur van Columbia in Saramacca luidt de
noodklok, omdat vissers hun belangrijkste bron van inkomsten zijn kwijtgeraakt nu zij uit veiligheidsoverwegingen niet meer uitvaren. Ook de voedselvoorziening staat onder druk. Vis is schaars geworden, de prijzen zijn gestegen en veel bewoners durven uit angst voor mogelijke gezondheidsrisico's geen vis uit de rivier meer te eten. Ook laten zij hun kinderen niet langer in het rivierwater zwemmen. Het dorpsbestuur roept de overheid daarom op de getroffen vissers en hun gezinnen zo spoedig mogelijk te ondersteunen.
Voor de betrokken gemeenschappen raakt deze kwestie aan een breder probleem, namelijk hun betrokkenheid bij processen die direct van invloed zijn op hun leefgebied. Volgens hen is er vaak wel ruimte om hun zorgen kenbaar te maken, maar blijft daadwerkelijke invloed op de besluitvorming en uitvoering beperkt.
Brief leidde tot overleg
Van der Bosch bracht haar zorgen vorige week maandag onder de aandacht in een brief aan NMA-directeur Vanessa Gefferie. Daarin
uitte zij kritiek op het gebrek aan communicatie en transparantie rond de vissterfte, die de afgelopen weken voor grote onrust heeft gezorgd in meerdere dorpen langs de Saramaccarivier.
Tijdens het daaropvolgende overleg erkende de NMA dat de communicatie tekort was geschoten. Daarbij is afgesproken dat het verdere contact met de getroffen gemeenschappen via de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) zal verlopen. Volgens Van der Bosch gaat het niet alleen om een milieuprobleem, maar ook om de gezondheid, voedselzekerheid en bestaanszekerheid van de Inheemse gemeenschappen.
"Wij leven in harmonie met de natuur en zijn er rechtstreeks van afhankelijk. Wanneer die natuur wordt vervuild, raakt dat direct ons bestaan," schreef zij.
Lokale kennis benutten
Tijdens het overleg benadrukte VIDS dat de kennis en ervaringen van de Inheemse gemeenschappen een volwaardige plaats moeten krijgen in het onderzoek. De organisatie drong erop aan dat lokale waarnemingen en traditionele kennis
structureel worden meegenomen bij de verdere analyse van de vissterfte. De NMA gaf aan hiervoor open te staan.
De milieuautoriteit startte onlangs met het onderzoek nadat het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing melding had gemaakt van de situatie. Inmiddels zijn watermonsters genomen die worden onderzocht door FILAP Suriname, terwijl vismonsters zijn doorgestuurd naar het Veterinair Keuringsinstituut.
| starnieuws | Door: Redactie




































