• woensdag 21 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: De strijd om de macht begint bij de partijstructuren

Column: De strijd om de macht begint bij de partijstructuren

| starnieuws | Door: Redactie

De strijd om het leiderschap van politieke partijen is begonnen. Bij de VHP worden de kaarten op tafel gelegd. Binnen de NDP zijn de eerste bewegingen zichtbaar, hoewel de bestuursverkiezingen pas in 2029 worden verwacht. Ook bij de NPS speelt de vraag wie de partij de komende jaren zal leiden. Maar achter alle ambities schuilt een belangrijkere vraag: wie beheerst de partijstructuren en welke belangen worden daarmee veiliggesteld?

Bij de VHP staat voor mei 2027 een bestuursverkiezing op het programma. Oud-minister

Armand Achaibersing heeft zich kandidaat gesteld voor het voorzitterschap. Ondervoorzitter Asis Gajadien maakt zich eveneens op voor deze strijd. De komende maanden zullen medestanders en tegenstanders zich nadrukkelijker manifesteren.


Binnen de NDP wordt al gesproken over mogelijke opvolgers van voorzitter Jennifer Simons. Ondervoorzitter Faizal Abdoelgafoer, die een invloedrijke positie inneemt op het kabinet van de president, ziet een toekomstig voorzitterschap wel zitten. Ook Ashwin Adhin heeft politieke ambities. In de aanloop naar de verkiezingen van mei 2025 maakte hij duidelijk het presidentschap te ambiëren.


Bij de NPS heeft voorzitter Gregory Rusland aangegeven beschikbaar te blijven als de partij dat wenst. Uiteindelijk verwijzen alle betrokkenen naar hetzelfde beslissende orgaan: de partijstructuren. En precies daar ligt de werkelijke machtsstrijd!


Politieke partijen presenteren hun interne verkiezingen graag als democratische processen. Er worden kern- en afdelingsverkiezingen gehouden, waarna vertegenwoordigers de landelijke leiding kiezen. Maar de gewone partijleden bepalen doorgaans niet rechtstreeks wie hun voorzitter wordt. Hun invloed loopt

via tussenpersonen.


Daarom is niet alleen belangrijk wie mag stemmen, maar vooral wie bepaalt wie stemrecht krijgt. Wie heeft invloed op de kernen en afdelingen? Wie zorgt ervoor dat trouwe medestanders op strategische posities terechtkomen? En hoeveel ruimte krijgen kandidaten die niet tot de gevestigde machtskring behoren? Een politicus kan populair zijn onder duizenden partijleden en toch verliezen van iemand die de juiste mensen op de juiste plaatsen heeft. Kennis, bestuurlijke kwaliteiten en draagvlak leggen het dan af tegen een zorgvuldig opgebouwd netwerk.


Indirecte verkiezingen zijn niet automatisch ondemocratisch. Maar wanneer de partijleiding grote invloed heeft op de samenstelling van de organen die haar later moeten kiezen, dreigt een gesloten systeem waarin macht zichzelf in stand houdt. Dan wordt democratie vooral een kwestie van het tellen van stemmen waarvan de politieke richting mogelijk al veel eerder is bepaald.

De inzet is bovendien groter dan een voorzittershamer. De komende jaren zullen

aanzienlijke inkomsten uit de olie- en gasindustrie komen. Tegelijkertijd naderen de parlementsverkiezingen van 2030. Wie de partij beheerst, heeft invloed op kandidatenlijsten, politieke benoemingen, coalitievorming en uiteindelijk de toegang tot de macht. En macht gaat niet alleen over beleid. Zij bepaalt ook wie kansen krijgt, wie wordt benoemd, wie toegang heeft tot besluitvormers en wie mag meepraten wanneer publieke middelen worden verdeeld.


Na jaren van economische schaarste worden de vooruitzichten op oliedollars ongetwijfeld aantrekkelijk. De vleespotten van Egypte lonken. De vraag is of politieke partijen zich voorbereiden om die nieuwe welvaart eerlijk te beheren, of vooral om hun eigen positie bij de toekomstige verdeling veilig te stellen.


Iedere kandidaat beweert het landsbelang te willen dienen. Maar mooie woorden zijn onvoldoende. Wie voorzitter wil worden, moet duidelijk maken voor wie hij die macht wil gebruiken. Voor de gewone burger die jarenlang offers heeft gebracht? Voor de partijleden die trouw campagne voeren? Of voor de

kleine kring die politieke carrières mogelijk maakt en daar later iets voor terug verwacht? Daarover zouden de VHP, NDP en NPS hun leden en de samenleving veel meer duidelijkheid moeten geven.


Want een partij die intern nauwelijks ruimte biedt aan onafhankelijke stemmen, zal niet vanzelf openstaan voor kritiek en tegenspraak. En wie het partijbelang voortdurend boven het algemeen belang stelt, zal dat onderscheid ook met oliedollars in de staatskas moeilijk kunnen maken.


De echte toets van interne democratie vindt daarom niet plaats op de dag dat de stemmen worden geteld. Die begint bij de manier waarop de structuren worden gevormd en de ruimte die gewone leden krijgen om werkelijk invloed uit te oefenen. Wie de structuren beheerst, kan de partij winnen. Maar de vraag blijft wie daarna wint: de samenleving of de kring rond de nieuwe voorzitter?


Nita Ramcharan

| starnieuws | Door: Redactie